Dutch

Detailed Translations for roerend from Dutch to English

roerend:


Translation Matrix for roerend:

NounRelated TranslationsOther Translations
mobile mobiel; mobiele telefoon
touching aanraken; aftikken; raken; treffen
VerbRelated TranslationsOther Translations
loose losmaken
AdjectiveRelated TranslationsOther Translations
compelling aangrijpend; emotioneel; hartroerend; hartveroverend; ontroerend; roerend dwingend; fascinerend; gebiedend; gelastend; imperatief; onweerstaanbaar; vereisend
emotional aangrijpend; emotioneel; hartroerend; hartveroverend; ontroerend; roerend bewogen; emotioneel; gepassioneerd; gevoelig; gevoelvol; geëmotioneerd
gripping aangrijpend; emotioneel; hartroerend; hartveroverend; ontroerend; roerend
mobile beweegbaar; los; mobiel; roerend; verplaatsbaar; verzetbaar
moveable beweegbaar; los; mobiel; roerend; verplaatsbaar; verzetbaar
moving aangrijpend; emotioneel; hartroerend; hartveroverend; ontroerend; roerend aangrijpend; adembenemend; bezielend; boeiend; inspirerend; meeslepend; opwindend; pakkend; sensationeel; spannend; zinderend
portable beweegbaar; los; mobiel; roerend; verplaatsbaar; verzetbaar
stirring aangrijpend; emotioneel; hartroerend; hartveroverend; ontroerend; roerend aangrijpend; adembenemend; bezielend; boeiend; inspirerend; meeslepend; opwindend; pakkend; sensationeel; spannend; zinderend
thrilling aangrijpend; emotioneel; hartroerend; hartveroverend; ontroerend; roerend aangrijpend; adembenemend; boeiend; meeslepend; opwindend; pakkend; sensationeel; spannend; spannende; zinderend; zinderende
touching aangrijpend; emotioneel; hartroerend; hartveroverend; ontroerend; roerend aandoenlijk; aandoenlijke; aangrijpend; adembenemend; boeiend; meeslepend; opwindend; pakkend; sensationeel; spannend; zinderend
transportable beweegbaar; los; mobiel; roerend; verplaatsbaar; verzetbaar transportabel; transporteerbaar; verplaatsbaar; vervoerbaar
ModifierRelated TranslationsOther Translations
heart warming aangrijpend; emotioneel; hartroerend; hartveroverend; ontroerend; roerend
loose beweegbaar; los; mobiel; roerend; verplaatsbaar; verzetbaar los; mul; niet vast; ongedisciplineerd; pulverig; ruim; rul; verplaatsbaar; verschuifbaar; wijd

Wiktionary Translations for roerend:

roerend
adjective
  1. provoking sadness and pity

Cross Translation:
FromToVia
roerend mobile mobile — Qui se meut ou qui peut être mû, qui n’est pas fixe. (Sens général).

roerend form of roeren:

roeren verb (roer, roert, roerde, roerden, geroerd)

  1. roeren (omroeren)
    to churn; to stir
    • churn verb (churns, churned, churning)
    • stir verb (stirs, stirred, stirring)
  2. roeren (mixen)
    to stir; to mix
    • stir verb (stirs, stirred, stirring)
    • mix verb (mixes, mixed, mixing)
  3. roeren (verplaatsen; disloqueren; verschuiven; )
    to transfer; to shift; to move; to dislocate; to convert; to transform; to remove; to resolve; to reduce; to trace back; to simplify
    • transfer verb (transfers, transferred, transferring)
    • shift verb (shifts, shifted, shifting)
    • move verb (moves, moved, moving)
    • dislocate verb (dislocates, dislocated, dislocating)
    • convert verb (converts, converted, converting)
    • transform verb (transforms, transformed, transforming)
    • remove verb (removes, removed, removing)
    • resolve verb (resolves, resolved, resolving)
    • reduce verb (reduces, reduced, reducing)
    • trace back verb (traces back, traced back, tracing back)
    • simplify verb (simplifies, simplified, simplifying)
  4. roeren (beroeren)
    to stir; to touch
    • stir verb (stirs, stirred, stirring)
    • touch verb (touches, touched, touching)

Conjugations for roeren:

o.t.t.
  1. roer
  2. roert
  3. roert
  4. roeren
  5. roeren
  6. roeren
o.v.t.
  1. roerde
  2. roerde
  3. roerde
  4. roerden
  5. roerden
  6. roerden
v.t.t.
  1. ben geroerd
  2. bent geroerd
  3. is geroerd
  4. zijn geroerd
  5. zijn geroerd
  6. zijn geroerd
v.v.t.
  1. was geroerd
  2. was geroerd
  3. was geroerd
  4. waren geroerd
  5. waren geroerd
  6. waren geroerd
o.t.t.t.
  1. zal roeren
  2. zult roeren
  3. zal roeren
  4. zullen roeren
  5. zullen roeren
  6. zullen roeren
o.v.t.t.
  1. zou roeren
  2. zou roeren
  3. zou roeren
  4. zouden roeren
  5. zouden roeren
  6. zouden roeren
en verder
  1. heb geroerd
  2. hebt geroerd
  3. heeft geroerd
  4. hebben geroerd
  5. hebben geroerd
  6. hebben geroerd
diversen
  1. roer!
  2. roert!
  3. geroerd
  4. roerend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for roeren:

NounRelated TranslationsOther Translations
churn botervat; karn; karnton
mix melêren; mengen; mix; mixen; mêleren; vermengen
move manoeuvre; schaakstukverplaatsing; schijngevecht; schijnkamp; sciamachie; spiegelgevecht; zet
remove afnemen; afstoffen; afwissen
stir geharrewar
touch aanraking; contact; flinter; floers; gevoel; kleine tik; klopje; schijntje; sentiment; snufje; tikje; toetsaanslag; vleugje; voeling; waas; zweem
transfer cessie; doorgifte; doorverbinden; gegevensoverdracht; overboeking; overdracht; overmaking; overplaatsing; overschrijving; overstap; overstapstation; transport; verruiling; verzending; vrachtvervoer; wegtransport; wegvervoer
VerbRelated TranslationsOther Translations
churn omroeren; roeren karnen; kolken; wervelen; wielen; woelen; wroeten; wurmen
convert disloqueren; roeren; verleggen; verplaatsen; verschikken; verschuiven; vervoeren; verzetten bekeren; converteren; herbouwen; inwisselen; kerstenen; ombouwen; omgraven; omploegen; omrekenen; omruilen; omschakelen; omspitten; omwerken; omwisselen; omzetten; opnieuw bouwen; overschakelen; ploegen; reconstrueren; ruilen; spitten; verruilen; verwisselen; wisselen
dislocate disloqueren; roeren; verleggen; verplaatsen; verschikken; verschuiven; vervoeren; verzetten disloqueren; ontwrichten; uit het lid brengen
mix mixen; roeren bemoeien; door elkaar schudden; dooreenmengen; husselen; hutselen; inmengen; mengen; samenschikken; vermengen; verroeren
move disloqueren; roeren; verleggen; verplaatsen; verschikken; verschuiven; vervoeren; verzetten aangrijpen; beroeren; bewegen; gaan; iets verplaatsen; in beweging brengen; lopen; ontroeren; overplaatsen; raken; schuivend verplaatsen; standplaats veranderen; stappen; treffen; verhuizen; verleggen; verplaatsen; verrijden; verschuiven; vertillen; voor zich uitschuiven; zich begeven; zich bewegen; zich verplaatsen; zich voortbewegen
reduce disloqueren; roeren; verleggen; verplaatsen; verschikken; verschuiven; vervoeren; verzetten afnemen; afprijzen; beknotten; beperken; door koken dikker maken; door koken verdikken; herleiden; inbinden; indikken; inkoken; inkrimpen; inperken; kleiner maken; krimpen; lager maken; minder maken; minder worden; minderen; minimaliseren; reduceren; slinken; temperen; terugvoeren; verdikken; verkleinen; verkorten; verlagen; verminderen
remove disloqueren; roeren; verleggen; verplaatsen; verschikken; verschuiven; vervoeren; verzetten aanrekenen; aanwrijven; afdoen; afhandelen; afnemen; afscheiden; afstoffen; afvoeren; afzonderen; beslechten; dalen; declineren; demonteren; ecarteren; iemand iets verwijten; kwalijk nemen; ledigen; leeghalen; leegmaken; lichten; lozen; minder worden; minderen; ontmantelen; onttakelen; ontzetten; reinigen; schoonmaken; schoonpoetsen; stoffen; tanen; teruggaan; twist uit de weg ruimen; uit de macht ontzetten; uit elkaar halen; uit elkaar nemen; uiteen nemen; uithalen; uitscheiden; uitstoten; uitwerpen; verhuizen; verminderen; verplaatsen; vervallen; vervreemden; verwijderen; wegbrengen; wegdoen; weghalen; wegleiden; wegnemen; wegvoeren; wegwerken; zuiveren
resolve disloqueren; roeren; verleggen; verplaatsen; verschikken; verschuiven; vervoeren; verzetten omzetten; voornemen
shift disloqueren; roeren; verleggen; verplaatsen; verschikken; verschuiven; vervoeren; verzetten iets omdraaien; kenteren; omkeren; verplaatsen; verrijden
simplify disloqueren; roeren; verleggen; verplaatsen; verschikken; verschuiven; vervoeren; verzetten bemakkelijken; herleiden; simplificeren; terugvoeren; vereenvoudigen; vergemakkelijken; versoberen
stir beroeren; mixen; omroeren; roeren aanroeren; aanstippen; aanstoken; agiteren; even aanraken; in beroering brengen; oppoken; opschudden; opstoken; rondroeren; toucheren; verroeren; zich bewegen
touch beroeren; roeren aangaan; aangrijpen; aanraken; aanroeren; aanstippen; belang inboezemen; beroeren; betasten; betreffen; bevoelen; even aanraken; ontroeren; raken; slaan op; toucheren; treffen; voelen; zitten aan; zorg inboezemen
trace back disloqueren; roeren; verleggen; verplaatsen; verschikken; verschuiven; vervoeren; verzetten herleiden; terugvoeren
transfer disloqueren; roeren; verleggen; verplaatsen; verschikken; verschuiven; vervoeren; verzetten afdragen; anders boeken; geld overmaken; overboeken; overbrengen; overdragen aan; overplaatsen; overschrijven; overzenden; overzetten; standplaats veranderen; transponeren
transform disloqueren; roeren; verleggen; verplaatsen; verschikken; verschuiven; vervoeren; verzetten afwisselen; een andere vorm geven; herscheppen; herzien; omschakelen van stroom; omzetten; transformeren; veranderen; vervormen; verwisselen; wijzigen

Related Words for "roeren":


Wiktionary Translations for roeren:

roeren
verb
  1. een vloeistof met een spaan in ronde beweging brengen
  2. een emotie in iemand oproepen
  3. in opstand komen
  4. geluid (herrie) maken
roeren
verb
  1. to arouse the feelings or passions of
  2. to cause to change place or posture; to set in motion
  3. affect emotionally

Cross Translation:
FromToVia
roeren applaud; bang; beat; break; clap; coin; cream; fan; fly; hammer; hit; palpitate; pound; retreat; scour; scuffle; slam; strike; thrash; thresh; throb; wallop; shuffle; whip; whisk battrefrapper de coups répétés.

External Machine Translations: