Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. terugdringen:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for terugdringen from Dutch to Swedish

terugdringen:

terugdringen verb (dring terug, dringt terug, drong terug, drongen terug, teruggedrongen)

  1. terugdringen (terugdrijven)
    tvinga tillbaka
    • tvinga tillbaka verb (tvingar tillbaka, tvingade tillbaka, tvingat tillbaka)

Conjugations for terugdringen:

o.t.t.
  1. dring terug
  2. dringt terug
  3. dringt terug
  4. dringen terug
  5. dringen terug
  6. dringen terug
o.v.t.
  1. drong terug
  2. drong terug
  3. drong terug
  4. drongen terug
  5. drongen terug
  6. drongen terug
v.t.t.
  1. heb teruggedrongen
  2. hebt teruggedrongen
  3. heeft teruggedrongen
  4. hebben teruggedrongen
  5. hebben teruggedrongen
  6. hebben teruggedrongen
v.v.t.
  1. had teruggedrongen
  2. had teruggedrongen
  3. had teruggedrongen
  4. hadden teruggedrongen
  5. hadden teruggedrongen
  6. hadden teruggedrongen
o.t.t.t.
  1. zal terugdringen
  2. zult terugdringen
  3. zal terugdringen
  4. zullen terugdringen
  5. zullen terugdringen
  6. zullen terugdringen
o.v.t.t.
  1. zou terugdringen
  2. zou terugdringen
  3. zou terugdringen
  4. zouden terugdringen
  5. zouden terugdringen
  6. zouden terugdringen
en verder
  1. ben teruggedrongen
  2. bent teruggedrongen
  3. is teruggedrongen
  4. zijn teruggedrongen
  5. zijn teruggedrongen
  6. zijn teruggedrongen
diversen
  1. dring terug!
  2. dringt terug!
  3. teruggedrongen
  4. terugdringend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for terugdringen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
tvinga tillbaka terugdrijven; terugdringen

Wiktionary Translations for terugdringen:


Cross Translation:
FromToVia
terugdringen kräkas; spy; neka; vägra; tacka nej till rejeter — Traductions à trier suivant le sens

External Machine Translations: