Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. gefeliciteerd:
  2. feliciteren:
  3. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for gefeliciteerd from Dutch to French

gefeliciteerd:

gefeliciteerd adj

  1. gefeliciteerd

Translation Matrix for gefeliciteerd:

NounRelated TranslationsOther Translations
félicitations felicitatie; felicitaties; gelukwens; gelukwensen; heildronk; heilwensen; proficiat; toost; zegenwensen
félicité bof; fortuin; geluk; geluk hebbend; gelukkigheid; gelukzaligheid; gezegende toestand; heerlijkheid; heil; het gelukkig-zijn; verlossing; voorspoed; welvaart; welvarendheid; welzijn; wijding; zaligheid; zegen; zegenen; zegening
ModifierRelated TranslationsOther Translations
félicitations gefeliciteerd
félicité gefeliciteerd

Wiktionary Translations for gefeliciteerd:


Cross Translation:
FromToVia
gefeliciteerd bon anniversaire; joyeux anniversaire happy birthday — good wishes for a birthday
gefeliciteerd félicitations Glückwunsch — Gratulation zu einem Ereignis, zum Beispiel Geburtstag, Hochzeit oder Geburt
gefeliciteerd félicitations; bon anniversaire herzlichen GlückwunschRedewendung zum gratulieren bei angenehmen, schönen Anlass (Geburtstag, Beförderung, Geburt eines Kindes etc.) oder für das gelingen eines Vorhabens.

gefeliciteerd form of feliciteren:

feliciteren verb (feliciteer, feliciteert, feliciteerde, feliciteerden, gefeliciteerd)

  1. feliciteren (gelukwensen)
    féliciter; souhaiter bonheur; congratuler
    • féliciter verb (félicite, félicites, félicitons, félicitez, )
    • congratuler verb (congratule, congratules, congratulons, congratulez, )

Conjugations for feliciteren:

o.t.t.
  1. feliciteer
  2. feliciteert
  3. feliciteert
  4. feliciteren
  5. feliciteren
  6. feliciteren
o.v.t.
  1. feliciteerde
  2. feliciteerde
  3. feliciteerde
  4. feliciteerden
  5. feliciteerden
  6. feliciteerden
v.t.t.
  1. heb gefeliciteerd
  2. hebt gefeliciteerd
  3. heeft gefeliciteerd
  4. hebben gefeliciteerd
  5. hebben gefeliciteerd
  6. hebben gefeliciteerd
v.v.t.
  1. had gefeliciteerd
  2. had gefeliciteerd
  3. had gefeliciteerd
  4. hadden gefeliciteerd
  5. hadden gefeliciteerd
  6. hadden gefeliciteerd
o.t.t.t.
  1. zal feliciteren
  2. zult feliciteren
  3. zal feliciteren
  4. zullen feliciteren
  5. zullen feliciteren
  6. zullen feliciteren
o.v.t.t.
  1. zou feliciteren
  2. zou feliciteren
  3. zou feliciteren
  4. zouden feliciteren
  5. zouden feliciteren
  6. zouden feliciteren
en verder
  1. ben gefeliciteerd
  2. bent gefeliciteerd
  3. is gefeliciteerd
  4. zijn gefeliciteerd
  5. zijn gefeliciteerd
  6. zijn gefeliciteerd
diversen
  1. feliciteer!
  2. feliciteert!
  3. gefeliciteerd
  4. feliciterend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for feliciteren:

VerbRelated TranslationsOther Translations
congratuler feliciteren; gelukwensen
féliciter feliciteren; gelukwensen
souhaiter bonheur feliciteren; gelukwensen

Wiktionary Translations for feliciteren:

feliciteren
verb
  1. iemand geluk toewensen
feliciteren
Cross Translation:
FromToVia
feliciteren féliciter congratulate — to express one’s sympathetic pleasure or joy to the person(s) it is felt for

External Machine Translations: