Summary


Dutch

Detailed Translations for beschuldiging from Dutch to French

beschuldiging:

beschuldiging [de ~ (v)] noun

  1. de beschuldiging (aantijging; verdachtmaking; insinuatie)
    l'accusation; l'insinuation; l'inculpation
  2. de beschuldiging (tenlastelegging; aanklacht)
    l'inculpation; l'accusation; la plainte; le plaintes; la doléances; l'insinuation; la réclamation; l'imputation
  3. de beschuldiging (verdenking)
    le soupçon; la supposition; la suspicion

Translation Matrix for beschuldiging:

NounRelated TranslationsOther Translations
accusation aanklacht; aantijging; beschuldiging; insinuatie; tenlastelegging; verdachtmaking aantijging; beschuldigen; insinuatie; tenlastelegging; toespeling; zijdelingse verdachtmaking
doléances aanklacht; beschuldiging; tenlastelegging gehuil; gejank; gekanker; geklaag; gemekker; geween
imputation aanklacht; beschuldiging; tenlastelegging aantijging; boeken; insinuatie; toespeling; zijdelingse verdachtmaking
inculpation aanklacht; aantijging; beschuldiging; insinuatie; tenlastelegging; verdachtmaking aantijging; felonie; insinuatie; toespeling; trouweloosheid; verkettering; verraad; zijdelingse verdachtmaking
insinuation aanklacht; aantijging; beschuldiging; insinuatie; tenlastelegging; verdachtmaking aantijging; insinuatie; toespeling; verdachtmaking; zijdelingse verdachtmaking
plainte aanklacht; beschuldiging; tenlastelegging bedenking; beklag; bezwaar; bezwaarschrift; gejammer; gekanker; geklaag; gelamenteer; gemekker; grief; het klagen; jammerklacht; klacht; klacht indienen; verzet; verzetsbeweging; weeklacht
plaintes aanklacht; beschuldiging; tenlastelegging geblaat; gebrom; gehuil; gejammer; gejank; gekanker; geklaag; gelamenteer; gemekker; gemopper; geween; gezeur; gezever
réclamation aanklacht; beschuldiging; tenlastelegging aanvraag; bedenking; bezwaar; claim; eis; grief; het klagen; klacht; maanbrief; opvorderen; opvragen; opvraging; petitie; rechtsvordering; rekest; rekwest; terugvordering; verzet; verzetsbeweging; verzoekschrift; vordering; vraag
soupçon beschuldiging; verdenking glimp; scheutje; vermoeden; veronderstelling; vleugje; voorgevoel; wantrouwen; zier
supposition beschuldiging; verdenking aannemen; bewering; gissing; hypothese; inschatting; stelling; vermoeden; veronderstellen; veronderstelling; vooronderstellen
suspicion beschuldiging; verdenking achterdocht; argwaan; voorgevoel

Related Words for "beschuldiging":

  • beschuldigingen

Wiktionary Translations for beschuldiging:

beschuldiging
noun
  1. het aangeven dat iemand iets moreel of gerechtelijk verkeerds heeft gedaan
beschuldiging
Cross Translation:
FromToVia
beschuldiging mise en examen; inculpation indictment — legal accusation

External Machine Translations: