Dutch

Detailed Translations for verdacht from Dutch to Spanish

verdacht:


Translation Matrix for verdacht:

NounRelated TranslationsOther Translations
embustero bedrieger; dromer; fantast; flessentrekker; jokkebrok; leugenaar; leugenbeest; misleider; oplichter; utopist
falso verkeerde
inconveniente agonie; bezwaar; grief; het klagen; keerzijde; klacht; kwelling; nadeel; nood; ongemak; ongerief; schade; schaduwzijde; torment; verlies; verschrikking
malicioso gladjanus; gluiperd
mentiroso aartsbedrieger; aartsleugenaar; doortrapte leugenaar; draaier; draaihals; draaikont; dromer; fantast; jokkebrok; leugenaar; leugenbeest; misleider; utopist; veinzer
siniestro catastrofe; ramp; schadegeval
vago arbeidsschuw; flierefluiter; klooier; lanterfant; lanterfanter; lapzwans; leegloper; luiaard; luilak; luiwammes; slampamper
ModifierRelated TranslationsOther Translations
cuestionable bedenkelijk; betwist; dubieus; kwestieus; omstreden; twijfelachtig; verdacht aanvechtbaar; bestrijdbaar; betwistbaar; discutabel; dubieus; kwestieus; niet duidelijk; niet helder; onduidelijk; onhelder; onklaar; troebel; twijfelachtig; vaag; variërend; wisselend; wisselvallig
desconfiado argwaan opwekkend; verdacht achterdochtig; argwanend; kwaaddenkend; wantrouwend; wantrouwig
discutible bedenkelijk; betwist; dubieus; kwestieus; omstreden; twijfelachtig; verdacht aanvechtbaar; bestrijdbaar; betwistbaar; dubieus; kwestieus; twijfelachtig
dudoso bedenkelijk; betwist; dubieus; duister; kwestieus; louche; omstreden; onbetrouwbaar; onguur; twijfelachtig; verdacht aanvechtbaar; bestrijdbaar; betwistbaar; discutabel; dubieus; kwestieus; niet duidelijk; niet helder; onduidelijk; onhelder; onklaar; troebel; twijfelachtig; vaag
embustero duister; louche; onbetrouwbaar; onguur; verdacht
escabroso argwaan opwekkend; verdacht hobbelig; obsceen; oneffen; ongelijkmatig; scabreus; schuin; vies; vunzig; zedeloos
falsamente argwaan opwekkend; verdacht achterbaks; bedriegelijk; doortrapt; gefingeerd; gehaaid; gemeen; geniepig; geraffineerd; geslepen; gewiekst; gluiperig; in het geniep; kwaadwillig; leep; listig; met slechte intentie; nagemaakt; onecht; onwaar; slecht; slinks; sluw; snood; stiekem; ten onrechte; tweetongig; uitgekookt; vals; valselijk
falso argwaan opwekkend; duister; louche; onbetrouwbaar; onguur; verdacht achterbaks; arglistig; bedriegelijk; bits; boefachtig; boosaardig; doortrapt; duivelachtig; duivels; ernaast; fout; foutief; gedwongen; gefingeerd; geforceerd; gehaaid; gemaakt; gemaakte gevoelens; gemeen; geniepig; geraffineerd; geslepen; gewiekst; gluiperig; huichelachtig; in het geniep; kattig; kwaadaardig; kwaadwillig; leep; leugenachtig; link; listig; met slechte intentie; min; mis; nagemaakt; nep; niet echt; onaangebroken; onaangeroerd; onaangetast; onecht; ongebruikt; ongeopend; onjuist; onnatuurlijk; onoprecht; onwaar; onwaarachtig; pinnig; schurkachtig; slecht; slinks; sluw; snood; spinnig; stiekem; ten onrechte; tweetongig; uitgekookt; vals; verkeerd; vervalst
grave argwaan opwekkend; verdacht benard; benauwd; corpulent; dik; erg; ernstig; gemeen; gezet; hachelijk; heel erg; ingetogen; kritiek; kwalijk; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; lijvig; onedel; ontzettend; penibel; schromelijk; serieus; stemmig; van bedenkelijke aard; verschrikkelijk; vol ernst; vreselijk; week; werkelijk menend; zorgelijk; zorgwekkend; zwaarlijvig; zwak
inconveniente argwaan opwekkend; verdacht nadelig; oneerbaar; ongunstig; ontaard; onvoordelig; onzedelijk; onzedig
inculpado duister; louche; onbetrouwbaar; onguur; verdacht aanvechtbaar; bestrijdbaar; betwistbaar; dubieus; kwestieus; twijfelachtig
inquietante argwaan opwekkend; verdacht angstwekkend; benard; benauwd; ernstig; hachelijk; kritiek; onrustbarend; ontstellend; penibel; verontrustend; zorgelijk; zorgwekkend
lóbrego duister; louche; onbetrouwbaar; onguur; verdacht akelig; beroerd; ellendig; eng; griezelig; naar; onduidelijk; sinister; wollig
lúgubre donker; dubieus; duister; glibberig; obscuur; onguur; verdacht aan een ziekte lijdend; afschuwelijk; afstotend voor zintuigen; akelig; angstaanjagend; beangstigend; eng; griezelig; huiveringwekkend; ijselijk; ijzingwekkend; lelijk; luguber; macaber; sinister; spookachtig; weerzinwekkend; ziek
malicioso donker; dubieus; duister; glibberig; obscuur; onguur; verdacht boosaardig; gemeen; giftig; hatelijk; kwaadaardig; malicieus; min; satanisch; slecht; stekelig; vals; venijnig; verraderlijk; vijandig
mentiroso duister; louche; onbetrouwbaar; onguur; verdacht bedrieglijk; illusoir; leugenachtig; misleidend
misterioso duister; louche; onbetrouwbaar; onguur; verdacht geheimzinnig; mysterieus; niet duidelijk; niet helder; onduidelijk; onhelder; onklaar; raadselachtig; troebel; vaag; wollig
no digno de confianza duister; louche; onbetrouwbaar; onguur; verdacht leugenachtig
no fidedigno duister; louche; onbetrouwbaar; onguur; verdacht leugenachtig
obscuro duister; louche; onbetrouwbaar; onguur; verdacht onduidelijk; wollig
oscuro donker; dubieus; duister; glibberig; louche; obscuur; onbetrouwbaar; onguur; verdacht beangstigend; donker; duister; eng; grauwkleurig; grijs; melancholische; naargeestig; onduidelijk; onverlicht; somber; triest; troosteloos; wollig; zwaarmoedig
poco fiable duister; louche; onbetrouwbaar; onguur; verdacht leugenachtig; onduidelijk; wollig
receloso argwaan opwekkend; verdacht
siniestro donker; dubieus; duister; glibberig; louche; obscuur; onbetrouwbaar; onguur; verdacht akelig; angstaanjagend; beangstigend; dreigend; duister; eng; griezelig; huiveringwekkend; luguber; onappetijtelijk; onduidelijk; onheilspellend; onsmakelijk; sinister; walgelijk; wollig
sombrío donker; dubieus; duister; glibberig; louche; obscuur; onbetrouwbaar; onguur; verdacht aan een ziekte lijdend; akelig; bedrukt; beroerd; dreigend; duister; ellendig; eng; gedrukt; grauw; grauwkleurig; griezelig; grijs; helaas; huiveringwekkend; jammer; jammer genoeg; luguber; melancholische; mismoedig; mistroostig; moedeloos; naar; naargeestig; neerslachtig; onduidelijk; onheilspellend; pessimistisch; sinister; sneu; somber; spijtig; teneergeslagen; terneergeslagen; triest; troosteloos; verdrietig; vreugdeloos; wollig; ziek; zwartgallig
sospechosamente duister; louche; onbetrouwbaar; onguur; verdacht dreigend; duister; huiveringwekkend; luguber; onduidelijk; onheilspellend; sinister; wollig
sospechoso bedenkelijk; betwist; donker; dubieus; duister; glibberig; kwestieus; louche; obscuur; omstreden; onbetrouwbaar; onguur; twijfelachtig; verdacht akelig; dreigend; duister; eng; griezelig; huiveringwekkend; leugenachtig; luguber; malafide; onappetijtelijk; onduidelijk; onheilspellend; onsmakelijk; sinister; variërend; walgelijk; wisselend; wisselvallig; wollig
suspicaz argwaan opwekkend; verdacht achterdochtig; argwanend; kwaaddenkend; wantrouwend; wantrouwig
tenebroso duister; louche; onbetrouwbaar; onguur; verdacht beangstigend; dreigend; duister; eng; huiveringwekkend; luguber; naargeestig; niet duidelijk; niet helder; onduidelijk; onheilspellend; onhelder; onklaar; sinister; somber; triest; troebel; troosteloos; vaag; wollig; zwaarmoedig
tétrico duister; louche; onbetrouwbaar; onguur; verdacht akelig; bedrukt; beroerd; dreigend; duister; ellendig; gedrukt; helaas; huiveringwekkend; jammer; jammer genoeg; luguber; mismoedig; mistroostig; moedeloos; naar; neerslachtig; onduidelijk; onheilspellend; sinister; sneu; spijtig; teneergeslagen; terneergeslagen; verdrietig; wollig
vago duister; louche; onbetrouwbaar; onguur; verdacht beneveld; bleek; dreigend; duister; eng; flauw; flets; heiig; huiveringwekkend; luguber; lui; mistig; nevelachtig; nevelig; niet doorzichtig; niet duidelijk; niet helder; niet zeker; niets doend; onbepaald; onbestemd; ondoorzichtig; onduidelijk; ongewis; onheilspellend; onhelder; onklaar; onoverzichtelijk; onvast; schemerig; schimmig; sinister; troebel; vaag; vagelijk; verschoten; wazig; wollig

Related Words for "verdacht":


Related Definitions for "verdacht":

  1. erop voorbereid1
    • ik was er niet op verdacht dat hij kwaad zou worden1
  2. niet helemaal betrouwbaar1
    • zij gedraagt zich verdacht1

Wiktionary Translations for verdacht:


Cross Translation:
FromToVia
verdacht culpablemente suspiciously — in a manner suggesting guilt

verdenken:

verdenken verb (verdenk, verdenkt, verdacht, verdachten, verdacht)

  1. verdenken (verdacht maken; beschuldigen; incrimineren; betichten)

Conjugations for verdenken:

o.t.t.
  1. verdenk
  2. verdenkt
  3. verdenkt
  4. verdenken
  5. verdenken
  6. verdenken
o.v.t.
  1. verdacht
  2. verdacht
  3. verdacht
  4. verdachten
  5. verdachten
  6. verdachten
v.t.t.
  1. heb verdacht
  2. hebt verdacht
  3. heeft verdacht
  4. hebben verdacht
  5. hebben verdacht
  6. hebben verdacht
v.v.t.
  1. had verdacht
  2. had verdacht
  3. had verdacht
  4. hadden verdacht
  5. hadden verdacht
  6. hadden verdacht
o.t.t.t.
  1. zal verdenken
  2. zult verdenken
  3. zal verdenken
  4. zullen verdenken
  5. zullen verdenken
  6. zullen verdenken
o.v.t.t.
  1. zou verdenken
  2. zou verdenken
  3. zou verdenken
  4. zouden verdenken
  5. zouden verdenken
  6. zouden verdenken
diversen
  1. verdenk!
  2. verdenkt!
  3. verdacht
  4. verdenkend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for verdenken:

VerbRelated TranslationsOther Translations
acusar beschuldigen; betichten; incrimineren; verdacht maken; verdenken aanklagen; beschuldigen; betichten; chargeren; overdrijven; ten laste leggen; tenlaste leggen
adivinar beschuldigen; betichten; incrimineren; verdacht maken; verdenken adviseren; afwegen; gissen; gissing maken; iets aanraden; ingeven; overdenken; overwegen; postuleren; raden; suggereren; tegemoetzien; uitkijken naar; verwachten; vooronderstellen; voorspellen; voortellen; vooruitzien; waarzeggen; wichelen
barruntar beschuldigen; betichten; incrimineren; verdacht maken; verdenken gissen; gissing maken; postuleren; raden; vooronderstellen
conjeturar beschuldigen; betichten; incrimineren; verdacht maken; verdenken adviseren; afwegen; gissen; gissing maken; iets aanraden; ingeven; overdenken; overwegen; postuleren; raden; suggereren; vooronderstellen
culpar beschuldigen; betichten; incrimineren; verdacht maken; verdenken aanklagen; aanrekenen; aanwrijven; berispen; beschuldigen; betichten; blameren; chargeren; gispen; laken; nadragen; overdrijven; ten laste leggen; tenlaste leggen; verwijten; voor de voeten gooien; voorhouden
inculpar beschuldigen; betichten; incrimineren; verdacht maken; verdenken aanklagen; beschuldigen; betichten; chargeren; overdrijven; ten laste leggen; tenlaste leggen
sospechar beschuldigen; betichten; incrimineren; verdacht maken; verdenken postuleren; vooronderstellen

Wiktionary Translations for verdenken:

verdenken
verb
  1. het vermoeden hebben van iets slechts

Cross Translation:
FromToVia
verdenken sospechar suspect — believe to be guilty
verdenken sospechar verdächtigen — einen Verdacht gegen jemanden haben, aussprechen
verdenken sospechar soupçonner — Avoir, concernant quelqu’un ou quelque chose, une opinion, une présomption désavantageux, mais incertaine et mêlée de doute.
verdenken sospechar suspectersoupçonner, tenir pour suspect.

External Machine Translations:

Related Translations for verdacht