Dutch

Detailed Translations for onvriendelijkheid from Dutch to Spanish

onvriendelijkheid:

onvriendelijkheid [de ~ (v)] noun

  1. de onvriendelijkheid (onhartelijkheid)

Translation Matrix for onvriendelijkheid:

NounRelated TranslationsOther Translations
falta de amabilidad onhartelijkheid; onvriendelijkheid

Related Words for "onvriendelijkheid":


onvriendelijk:


Translation Matrix for onvriendelijk:

NounRelated TranslationsOther Translations
antipático lelijkerd
malo gemenerik
ModifierRelated TranslationsOther Translations
antipático onaardig; onhartelijk; onhebbelijk; onverdraagzaam; onvriendelijk; onwelwillend achterbaks; afschuwelijk; afstotend voor zintuigen; antipathiek; boefachtig; boosaardig; doortrapt; gehaaid; gemeen; geniepig; geraffineerd; geslepen; gewiekst; gluiperig; leep; lelijk; listig; onsympathiek; schurkachtig; slinks; sluw; snood; stiekem; uitgekookt; vals; weerzinwekkend
brusco bits; kattig; onvriendelijk; pinnig; snauwerig; snibbig; spinnig; vinnig abrupt; agressief; bits; bitter teleurgesteld; bot; bruusk; eensklaps; fel; felle; gewelddadig; hanig; hard; hardhandig; ineens; kattig; kortaf; korzelig; meedogenloos; nors; onderdrukt; ongedacht; onverhoeds; onverwacht; onverwachts; onzacht; opeens; opgekropt; pinnig; plots; plotseling; plotsklaps; ruw; scherp; schielijk; snauwend; snibbig; spinnig; verbeten; verbitterd; verkropt; vinnig; vlijmend; wreed; wrevelig; zonder omhaal
con brusquedad bits; kattig; onvriendelijk; pinnig; snauwerig; snibbig; spinnig; vinnig
con descortesía onaardig; onhartelijk; onhebbelijk; onverdraagzaam; onvriendelijk; onwelwillend
de forma arisca bits; kattig; onvriendelijk; pinnig; snauwerig; snibbig; spinnig; vinnig
desagradable onaardig; onhartelijk; onhebbelijk; onverdraagzaam; onvriendelijk; onwelwillend achterbaks; akelig; bedeesd; beroerd; beschroomd; betreurenswaardig; bleu; brutaal; deerlijk; doortrapt; ellendig; erg; ernstig; gegeneerd; gehaaid; gemeen; geniepig; geraffineerd; geslepen; gewiekst; gluiperig; helaas; hinderlijk; hondsbrutaal; in het geniep; jammer; jammer genoeg; jammerlijk; kil; koud en vochtig; kwalijk; lastig; leep; listig; naar; naargeestig; onaangenaam; onappetijtelijk; onbehaaglijk; onbevredigend; ondankbaar; ongelegen; ongezellig; onheus; onplezierig; onprettig; onsmakelijk; onsympathiek; ontoereikend; onverkwikkelijk; onvoldoende; onwennig; schroomvallig; schuchter; slinks; sluw; sneu; snood; somber; spijtig; stiekem; storend; teleurstellend; timide; uitgekookt; van bedenkelijke aard; verlegen; vrijpostig; walgelijk; wrangig
desatento onaardig; onhartelijk; onhebbelijk; onverdraagzaam; onvriendelijk; onwelwillend nalatig; onaandachtig; onachtzaam; onattent; onbereidwillig; ongeconcentreerd; ongedienstig; onoplettend; onwelwillend
desconsiderado onaardig; onhartelijk; onhebbelijk; onverdraagzaam; onvriendelijk; onwelwillend brutaal; hondsbrutaal; indiscreet; nietsontziend; onberaden; onbesuisd; ondoordacht; ongepast; onkies; onnadenkend; onvertogen; verkeerd; vrijpostig
descortés onhebbelijk; onvriendelijk aanmatigend; aanstootgevend; aanstotelijk; boers; bot; hufterig; indiscreet; kortaf; lomp; onbehoorlijk; onbehouwen; onbeleefd; onbeschaafd; onbeschaamd; onbescheiden; onbeschoft; ongegeneerd; ongemanierd; onheus; onhoffelijk; onopgevoed; respectloos; zonder omhaal
feo onaardig; onhartelijk; onhebbelijk; onverdraagzaam; onvriendelijk; onwelwillend afstotend; lelijk; lelijk uitziend; onaantrekkelijk; onknap; onooglijk; verfoeilijk; verlopen
incorrecto onaardig; onhartelijk; onhebbelijk; onverdraagzaam; onvriendelijk; onwelwillend brutaal; ernaast; fout; foutief; hondsbrutaal; mis; niet echt; onbehoorlijk; onbetamelijk; onfatsoenlijk; ongehoord; ongepast; onjuist; onkies; onoorbaar; onpassend; ontoelaatbaar; onvertogen; onwaar; onwelgevoegelijk; onwelvoegelijk; ten onrechte; vals; verkeerd; vrijpostig
malo onaardig; onhartelijk; onhebbelijk; onverdraagzaam; onvriendelijk; onwelwillend aan een ziekte lijdend; achterbaks; akelig; banaal; bedorven; bedriegelijk; beroerd; boefachtig; boos; boosaardig; doortrapt; duivelachtig; duivels; ellendig; erg; ernstig; furieus; gangbaar; gebruikelijk; gefingeerd; gehaaid; gemeen; geniepig; geraffineerd; geslepen; gewiekst; gewoon; gluiperig; grof; in het geniep; kwaad; kwaadaardig; kwaadwillig; kwalijk; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; leep; listig; lomp; met slechte intentie; min; naar; nagemaakt; nijdig; normaal; onecht; onedel; onwaar; plat; platvloers; ploertig; razend; rot; rottig; satanisch; schunnig; schurkachtig; slecht; slinks; sluw; snood; spinnijdig; stiekem; toornig; triviaal; uitgekookt; vals; van bedenkelijke aard; vergaan; verrot; vertoornd; vunzig; week; woest; ziedend; ziek; zwak
molesto onaardig; onhartelijk; onhebbelijk; onverdraagzaam; onvriendelijk; onwelwillend ergerlijk; genant; hinder veroorzakend; hinderlijk; irritant; lastig; naar; onaangenaam; ongelegen; ongemakkelijk; onplezierig; onprettig; onverkwikkelijk; pijnlijk; storend; vervelend
poco amable onaardig; onhartelijk; onhebbelijk; onverdraagzaam; onvriendelijk; onwelwillend
poco cálido onaardig; onhartelijk; onhebbelijk; onverdraagzaam; onvriendelijk; onwelwillend
seco bits; kattig; onvriendelijk; pinnig; snauwerig; snibbig; spinnig; vinnig bruusk; dor; droge; droog; kortaf; nors; onzacht; opgedroogd; verdord
áspero bits; kattig; onvriendelijk; pinnig; snauwerig; snibbig; spinnig; vinnig doordringend; geaccidenteerd; gevat; hees; hobbelig; indringend; koppig; oneffen; ongelijkmatig; onwillig; puntig; ruige; schel klinkend; scherp; scherp gepunt; scherpzinnig; schofterig; schor; schrander; slim; snedig; tegendraads; uitgeslapen; vlijmend; vlijmscherp; week; weerbarstig; weerspannig; zwak

Related Words for "onvriendelijk":

  • onvriendelijkheid, onvriendelijker, onvriendelijkere, onvriendelijkst, onvriendelijkste, onvriendelijke

Wiktionary Translations for onvriendelijk:


Cross Translation:
FromToVia
onvriendelijk antipático; desagradable; hostil unfriendly — not friendly; hostile
onvriendelijk bronco; brusco bougon — (familier, fr) Qui a tendance à bougonner.
onvriendelijk bronco grognon — Qui grogner. — usage N’a pas de féminin quand il s’applique aux personnes.
onvriendelijk triste; mohino; horrible; lúgubre; bronco; brusko; aburrido maussade — D’humeur chagrin ; sombre ; ombrageux ; morose ; renfrogné.
onvriendelijk bronco; brusko quinteux — Qui est fantasque, qui est sujet à des quintes, à des accès de mauvaise humeur.

External Machine Translations: