Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. gepolijst:
  2. polijsten:
  3. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for gepolijst from Dutch to Spanish

gepolijst:


Translation Matrix for gepolijst:

NounRelated TranslationsOther Translations
listo genie; geniekorps
taimado achterbaks persoon
ModifierRelated TranslationsOther Translations
acicalado gepolijst; geslepen; gladgemaakt; gladgeslepen opgesierd; opgesmukt
afilado gepolijst; geslepen; gladgemaakt; gladgeslepen achterbaks; adrem; afgeslepen; arglistig; behendig; bekwaam; bijdehand; clever; doortrapt; gehaaid; gemeen; geniepig; geraffineerd; gescherpt; geslepen; gevat; gewiekst; gluiperig; handig; kien; kundig; leep; link; listig; loos; pienter; puntig; raak; scherp; scherp gepunt; scherpgerand; schrander; slim; slinks; sluw; snedig; snood; snugger; spits; stiekem; uitgekookt; uitgeslapen; vaardig; vlijmend; vlijmscherp; zoekgeraakt
alisado gepolijst; geslepen; gladgemaakt; gladgeslepen
allanado gepolijst; geslepen; gladgemaakt; gladgeslepen genivelleerd; vereffend
deslizante gepolijst; geslepen; gladgemaakt; gladgeslepen arglistig; doortrapt; geraffineerd; geslepen; glad; glibberig; leep; link; listig; slinks; sluw
diestro gepolijst; geslepen; gladgemaakt; gladgeslepen adrem; bedreven; behendig; bekwaam; bijdehand; briljant; bruikbare; geoefend; gevat; handig; handzaam; ingenieus; knap; kundig; kunstig; raak; rechts; rechtshandig; snedig; vaardig; vindingrijk
habilidoso gepolijst; geslepen; gladgemaakt; gladgeslepen arglistig; bedreven; behendig; bekwaam; briljant; bruikbare; doortrapt; geoefend; geraffineerd; geslepen; gevat; handig; ingenieus; knap; kundig; kunstig; leep; link; listig; scherpzinnig; schrander; slim; slinks; sluw; snedig; uitgeslapen; vaardig; vindingrijk
ladino gepolijst; geslepen; gladgemaakt; gladgeslepen achterbaks; adrem; arglistig; bijdehand; doortrapt; gehaaid; geniepig; geraffineerd; geslepen; gevat; gewiekst; gluiperig; in het geniep; leep; link; listig; raak; slinks; sluw; snedig; snood; stiekem
listo gepolijst; geslepen; gladgemaakt; gladgeslepen aantrekkelijke; achterbaks; adrem; af; afgedaan; afgelopen; arglistig; bedreven; behendig; bekwaam; bereid; berekenend; beëindigd; bij de pinken; bijdehand; briljant; clever; doortrapt; gedaan; gehaaid; gemeen; geniepig; geoefend; gepakt; gepleegd; geraffineerd; gereed; geslepen; gevat; gewiekst; geëindigd; gis; gluiperig; goochem; handig; ingenieus; intelligent; kien; klaar; knap; kundig; kunstig; leep; link; listig; over; paraat; pienter; puntig; raak; scherp; scherpzinnig; schrander; slim; slinks; sluw; snedig; snood; snugger; spits; spitsvondig; stiekem; uit; uitgekiend; uitgekookt; uitgeslapen; vaardig; vindingrijk; volbracht; voltooid; voorbij
mañoso gepolijst; geslepen; gladgemaakt; gladgeslepen arglistig; bedreven; behendig; bekwaam; bruikbare; clever; doortrapt; geoefend; geraffineerd; geslepen; gevat; handig; kien; kundig; leep; link; listig; pienter; scherpzinnig; schrander; slim; slinks; sluw; snedig; snugger; uitgeslapen; vaardig
pulido gepoetst; gepolijst; geslepen; gladgemaakt; gladgeslepen; opgepoetst elegant; gelikt; gladjanusachtig; sierlijk
redomado gepolijst; geslepen; gladgemaakt; gladgeslepen achterbaks; doortrapt; gehaaid; gemeen; geniepig; geraffineerd; geslepen; gewiekst; gluiperig; leep; listig; slinks; sluw; snood; stiekem; uitgekookt
taimado gepolijst; geslepen; gladgemaakt; gladgeslepen achterbaks; doortrapt; gehaaid; gemeen; geniepig; geraffineerd; geslepen; gewiekst; gluiperig; in het geniep; leep; listig; scherpzinnig; slinks; sluw; snood; spitsvondig; stiekem; uitgekiend; uitgekookt
tallado gepolijst; geslepen; gladgemaakt; gladgeslepen achterbaks; doortrapt; gehaaid; gemeen; geniepig; geraffineerd; geslepen; gewiekst; gluiperig; leep; listig; slinks; sluw; snood; stiekem; uitgekookt

Related Words for "gepolijst":

  • gepolijste

gepolijst form of polijsten:

polijsten verb (polijst, polijstte, polijstten, gepolijst)

  1. polijsten
    pulir; alisar; bruñir

Conjugations for polijsten:

o.t.t.
  1. polijst
  2. polijst
  3. polijst
  4. polijsten
  5. polijsten
  6. polijsten
o.v.t.
  1. polijstte
  2. polijstte
  3. polijstte
  4. polijstten
  5. polijstten
  6. polijstten
v.t.t.
  1. heb gepolijst
  2. hebt gepolijst
  3. heeft gepolijst
  4. hebben gepolijst
  5. hebben gepolijst
  6. hebben gepolijst
v.v.t.
  1. had gepolijst
  2. had gepolijst
  3. had gepolijst
  4. hadden gepolijst
  5. hadden gepolijst
  6. hadden gepolijst
o.t.t.t.
  1. zal polijsten
  2. zult polijsten
  3. zal polijsten
  4. zullen polijsten
  5. zullen polijsten
  6. zullen polijsten
o.v.t.t.
  1. zou polijsten
  2. zou polijsten
  3. zou polijsten
  4. zouden polijsten
  5. zouden polijsten
  6. zouden polijsten
en verder
  1. is gepolijst
  2. zijn gepolijst
diversen
  1. polijst!
  2. polijst!
  3. gepolijst
  4. polijstend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for polijsten:

VerbRelated TranslationsOther Translations
alisar polijsten effenen; egaliseren; gelijkmaken; gladmaken; gladstrijken; gladwrijven; strijken
bruñir polijsten gladmaken; gladwrijven; opblinken; opdirken; opdoffen; oppoetsen; optutten; opwrijven; poetsen; uitdossen; wrijven
pulir polijsten afbedelen; effenen; egaliseren; gelijkmaken; gladmaken; gladwrijven; kapot maken; opblinken; opdirken; opdoffen; oppoetsen; optutten; opwrijven; poetsen; politoeren; scherp maken; slechten; slijpen; uitdossen; uitslijpen; wegslijpen; wrijven

Related Definitions for "polijsten":

  1. glad en glanzend schuren1
    • de diamant werd gepolijst1

Wiktionary Translations for polijsten:

polijsten
verb
  1. een stenen of glazen oppervlak bijzonder glad slijpen met steeds fijnere slijpmiddelen

Cross Translation:
FromToVia
polijsten pulir; acicalar polish — make a surface smooth or shiny