Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. sukkel:
  2. sukkelen:
  3. Wiktionary:
  4. User Contributed Translations for sukkel:
    • dork, geek


Dutch

Detailed Translations for sukkel from Dutch to English

sukkel:

sukkel [de ~ (m)] noun

  1. de sukkel (minkukel; stommeling; uilenbal; sufferd; uilskuiken)
    the fool; the nerd; the nitwit; the numbskull; the blockhead; the meathead; the fathead
  2. de sukkel (onnozelaar; schapenkop; schaapskop; )
    the Simple Simon; the numbskull; the birdbrain; the idiot; the dunce; the duffer; the oaf; the fool; the nitwit; the rattle brain; the rattle-brain; the stupid; the feather head; the simpleton; the fathead; the fat head
  3. de sukkel (schlemiel; watje; slemiel; slungel)
    the schlemiel; the dolt; the drip; the wet
  4. de sukkel (treuzelaar; sijsjeslijmer; treuzelkous; )
    the laggard; the slowpoke; the slowcoach; the snail; the dawdler; the loiterer
  5. de sukkel (stumper; stakker; zielenpiet)
    the bungler; the poor thing; the poor devil; the poor wretch

Translation Matrix for sukkel:

NounRelated TranslationsOther Translations
Simple Simon druiloor; idioot; kalfskop; oen; onnozelaar; onnozele; onnozele hals; rund; schaapskop; schapenkop; stommeling; stommerd; stommerik; sukkel; sul dwaas; idioot; onnozelaar
birdbrain druiloor; idioot; kalfskop; oen; onnozelaar; onnozele; onnozele hals; rund; schaapskop; schapenkop; stommeling; stommerd; stommerik; sukkel; sul dwaas; idioot; onnozelaar
blockhead minkukel; stommeling; sufferd; sukkel; uilenbal; uilskuiken dom gansje; dom wicht; domme gans; domme koe; druiloor; klooi; leeghoofdje; oen; schaapskop; sufferd; sufferdje; sul
bungler stakker; stumper; sukkel; zielenpiet beunhaas; drommel; klungel; klungelaar; knoeier; knoeipot; koekenbakker; koekhakker; kruk; morser; prutser; roffelaar; stakker; stoethaspel; stumper; zielenpiet
dawdler hannes; sijsjeslijmer; slak; sukkel; talmer; teut; treuzel; treuzelaar; treuzelkous babbelaar; draler; keutelaar; klep; kletskop; kletskous; kletsmajoor; kwebbel; leuteraar; slome; talmster; teut; treuzel; treuzelaar; treuzelares; zoutzak; zwammer; zwetser
dolt schlemiel; slemiel; slungel; sukkel; watje dom gansje; dom wicht; domme gans; domme koe; hufter; klooi; klootzak; kuiken; leeghoofdje; lomperik; onnozelaar; onnozele; onnozole hals; schaap; schaapskop; sufferdje; uil
drip schlemiel; slemiel; slungel; sukkel; watje debiel; drop; druppel; flapdrol; gek; idioot; imbeciel; infusum; infuus; mafkees; mafketel; mafkikker; sofvent; waanzinnige; zot
duffer druiloor; idioot; kalfskop; oen; onnozelaar; onnozele; onnozele hals; rund; schaapskop; schapenkop; stommeling; stommerd; stommerik; sukkel; sul dom gansje; dom wicht; domme gans; domme koe; drommel; druiloortje; hufter; klooi; klootzak; leeghoofdje; lomperik; stakker; stumper; sufferdje; zielenpiet
dunce druiloor; idioot; kalfskop; oen; onnozelaar; onnozele; onnozele hals; rund; schaapskop; schapenkop; stommeling; stommerd; stommerik; sukkel; sul
fat head druiloor; idioot; kalfskop; oen; onnozelaar; onnozele; onnozele hals; rund; schaapskop; schapenkop; stommeling; stommerd; stommerik; sukkel; sul
fathead druiloor; idioot; kalfskop; minkukel; oen; onnozelaar; onnozele; onnozele hals; rund; schaapskop; schapenkop; stommeling; stommerd; stommerik; sufferd; sukkel; sul; uilenbal; uilskuiken dom gansje; dom wicht; domkop; domme gans; domme koe; dommerik; domoor; leeghoofdje; stommeling; sufferd; sufferdje; uilskuiken
feather head druiloor; idioot; kalfskop; oen; onnozelaar; onnozele; onnozele hals; rund; schaapskop; schapenkop; stommeling; stommerd; stommerik; sukkel; sul
fool druiloor; idioot; kalfskop; minkukel; oen; onnozelaar; onnozele; onnozele hals; rund; schaapskop; schapenkop; stommeling; stommerd; stommerik; sufferd; sukkel; sul; uilenbal; uilskuiken achterlijke; dommerik; dwaas; gek; geschifte; idioot; imbeciel; mallerd; malloot; onbenul; onnozelaar; onnozele kerel; pias; simpele ziel; waanzinnige; zot; zottin; zwakzinnige
idiot druiloor; idioot; kalfskop; oen; onnozelaar; onnozele; onnozele hals; rund; schaapskop; schapenkop; stommeling; stommerd; stommerik; sukkel; sul achterlijke; debiel; dolleman; domkop; dommerik; domoor; druiloor; dwaas; flapdrol; geesteszieke; gek; geschifte; idioot; imbeciel; krankzinnige; kuiken; mafkees; mafketel; mafkikker; oen; onbenul; onnozelaar; onnozele; onnozele kerel; onnozole hals; schaap; schaapskop; simpele ziel; stommeling; sufferd; sufferdje; sul; uil; uilskuiken; waanzinnige; zot; zwakzinnige
laggard hannes; sijsjeslijmer; slak; sukkel; talmer; teut; treuzel; treuzelaar; treuzelkous achterblijver; achtergeblevene; uitvaller
loiterer hannes; sijsjeslijmer; slak; sukkel; talmer; teut; treuzel; treuzelaar; treuzelkous geitenbreier; klooier; lammeling; lamzak; lanterfanter; lapzwans; leegloper; lijntrekker; nietsnut; slampamper; slapkous
meathead minkukel; stommeling; sufferd; sukkel; uilenbal; uilskuiken
nerd minkukel; stommeling; sufferd; sukkel; uilenbal; uilskuiken druiloor; oen; schaapskop; sufferd; sul
nitwit druiloor; idioot; kalfskop; minkukel; oen; onnozelaar; onnozele; onnozele hals; rund; schaapskop; schapenkop; stommeling; stommerd; stommerik; sufferd; sukkel; sul; uilenbal; uilskuiken dom gansje; dom wicht; domkop; domme gans; domme koe; dommerik; domoor; druiloor; gansje; kuiken; leeghoofdje; oen; onnozel wicht; onnozelaar; onnozele; onnozole hals; schaap; schaapskop; stommeling; sufferd; sufferdje; sul; uil; uilskuiken
numbskull druiloor; idioot; kalfskop; minkukel; oen; onnozelaar; onnozele; onnozele hals; rund; schaapskop; schapenkop; stommeling; stommerd; stommerik; sufferd; sukkel; sul; uilenbal; uilskuiken achterlijke; dommerik; druiloor; dwaas; idioot; oen; onbenul; onnozelaar; onnozele kerel; schaapskop; simpele ziel; sufferd; sul
oaf druiloor; idioot; kalfskop; oen; onnozelaar; onnozele; onnozele hals; rund; schaapskop; schapenkop; stommeling; stommerd; stommerik; sukkel; sul druiloor; lomperik; oen; schaapskop; sufferd; sul
poor devil stakker; stumper; sukkel; zielenpiet drommel; stakker; stumper; zielenpiet
poor thing stakker; stumper; sukkel; zielenpiet drommel; stakker; stumper; zielenpiet
poor wretch stakker; stumper; sukkel; zielenpiet arme drommel; stakkerd; sukkelaar
rattle brain druiloor; idioot; kalfskop; oen; onnozelaar; onnozele; onnozele hals; rund; schaapskop; schapenkop; stommeling; stommerd; stommerik; sukkel; sul
rattle-brain druiloor; idioot; kalfskop; oen; onnozelaar; onnozele; onnozele hals; rund; schaapskop; schapenkop; stommeling; stommerd; stommerik; sukkel; sul achterlijke; dommerik; dwaas; gek; geschifte; idioot; mallerd; malloot; onbenul; onnozelaar; onnozele kerel; pias; simpele ziel; waanzinnige; zot; zottin; zwakzinnige
schlemiel schlemiel; slemiel; slungel; sukkel; watje
simpleton druiloor; idioot; kalfskop; oen; onnozelaar; onnozele; onnozele hals; rund; schaapskop; schapenkop; stommeling; stommerd; stommerik; sukkel; sul achterlijke; dommerik; druiloor; dwaas; idioot; kuiken; oen; onbenul; onnozelaar; onnozele; onnozele kerel; onnozole hals; schaap; schaapskop; simpele ziel; sufferd; sul; uil
slowcoach hannes; sijsjeslijmer; slak; sukkel; talmer; teut; treuzel; treuzelaar; treuzelkous babbelaar; geitenbreier; klep; kletskop; kletskous; kletsmajoor; kwebbel; lammeling; lamzak; lanterfanter; lapzwans; leegloper; leuteraar; lijntrekker; nietsnut; slampamper; slapkous; slome; talmster; teut; treuzel; treuzelaar; treuzelares; zoutzak; zwammer; zwetser
slowpoke hannes; sijsjeslijmer; slak; sukkel; talmer; teut; treuzel; treuzelaar; treuzelkous geitenbreier; lammeling; lamzak; lanterfanter; lapzwans; leegloper; lijntrekker; nietsnut; slampamper; slapkous
snail hannes; sijsjeslijmer; slak; sukkel; talmer; teut; treuzel; treuzelaar; treuzelkous geitenbreier; huisjesslak; lammeling; lamzak; lanterfanter; lapzwans; leegloper; lijntrekker; nietsnut; slak; slampamper; slapkous
stupid druiloor; idioot; kalfskop; oen; onnozelaar; onnozele; onnozele hals; rund; schaapskop; schapenkop; stommeling; stommerd; stommerik; sukkel; sul
wet schlemiel; slemiel; slungel; sukkel; watje chagrijn; spelbreker
VerbRelated TranslationsOther Translations
drip afdruipen; afdruppelen; droppen; druipen; druppelen; druppels laten vallen; druppen; sijpelen; uitdruipen; uitdruppelen; uitlekken
fool afzetten; beet nemen; beetnemen; foppen; in de maling nemen; in het ootje nemen; te pakken nemen; voor de gek houden; wijsmaken
wet afbetten; begieten; besproeien; bespuiten; betten; bevochtigen; deppen; nat maken; sproeien; water geven
AdjectiveRelated TranslationsOther Translations
stupid achtergebleven; achterlijk; afgestompt; breinloos; dom; dwaas; eigenaardig; geesteloos; gek; geschift; gestoord; getikt; hersenloos; hoorndol; idioot; idioterig; kierewiet; knots; krankjorum; krankzinnig; lullig; maf; mal; mesjogge; niet goed snik; onbenullig; onbezonnen; onnozel; onverstandig; stom; stompzinnig; stupide; suf; typisch; verstandeloos; vreemd; zot
wet humide; met neerslag; nat; regenachtig; vochtig
Not SpecifiedRelated TranslationsOther Translations
nerd kwalificatie; ui
ModifierRelated TranslationsOther Translations
idiot dwaas; gek; idioot; maf
simpleton schaapachtig

Related Words for "sukkel":


sukkel form of sukkelen:

sukkelen verb (sukkel, sukkelt, sukkelde, sukkelden, gesukkeld)

  1. sukkelen (kwakkelen)
    to be ailing; to be sickly

Conjugations for sukkelen:

o.t.t.
  1. sukkel
  2. sukkelt
  3. sukkelt
  4. sukkelen
  5. sukkelen
  6. sukkelen
o.v.t.
  1. sukkelde
  2. sukkelde
  3. sukkelde
  4. sukkelden
  5. sukkelden
  6. sukkelden
v.t.t.
  1. heb gesukkeld
  2. hebt gesukkeld
  3. heeft gesukkeld
  4. hebben gesukkeld
  5. hebben gesukkeld
  6. hebben gesukkeld
v.v.t.
  1. had gesukkeld
  2. had gesukkeld
  3. had gesukkeld
  4. hadden gesukkeld
  5. hadden gesukkeld
  6. hadden gesukkeld
o.t.t.t.
  1. zal sukkelen
  2. zult sukkelen
  3. zal sukkelen
  4. zullen sukkelen
  5. zullen sukkelen
  6. zullen sukkelen
o.v.t.t.
  1. zou sukkelen
  2. zou sukkelen
  3. zou sukkelen
  4. zouden sukkelen
  5. zouden sukkelen
  6. zouden sukkelen
en verder
  1. ben gesukkeld
  2. bent gesukkeld
  3. is gesukkeld
  4. zijn gesukkeld
  5. zijn gesukkeld
  6. zijn gesukkeld
diversen
  1. sukkel!
  2. sukkelt!
  3. gesukkeld
  4. sukkelend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for sukkelen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
be ailing kwakkelen; sukkelen
be sickly kwakkelen; sukkelen

Related Words for "sukkelen":


Wiktionary Translations for sukkelen:

sukkelen
verb
  1. to be ill

Cross Translation:
FromToVia
sukkelen trot; trudge; plod trottenlangsam, lustlos, stumpfsinnig, schwerfällig, mit monotonem Schritt irgendwohin gehen

User Contributed Translations:
Word Translation Votes
sukkel dork 9
sukkel geek 8

External Machine Translations: