Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. onderdrukt:
  2. onderdrukken:
  3. Wiktionary:
  4. User Contributed Translations for onderdrukt:
    • repressed


Dutch

Detailed Translations for onderdrukt from Dutch to English

onderdrukt:


Translation Matrix for onderdrukt:

AdjectiveRelated TranslationsOther Translations
exasperated onderdrukt; opgekropt; verbeten; verkropt bitter teleurgesteld; gebeten; verbitterd
suppressed onderdrukt; opgekropt; verbeten; verkropt
ModifierRelated TranslationsOther Translations
embittered onderdrukt; opgekropt; verbeten; verkropt bitter teleurgesteld; gebeten; grimmig; verbeten; verbitterd

Wiktionary Translations for onderdrukt:

onderdrukt
adjective
  1. oppressed, persecuted or subjugated
  2. not expressed
  3. repressed or suppressed, especially of emotions or impulses

onderdrukt form of onderdrukken:

onderdrukken verb (onderdruk, onderdrukt, onderdrukte, onderdrukten, onderdrukt)

  1. onderdrukken (in bedwang houden; terughouden; bedwingen; beteugelen)
    to suppress; to revoke; to withhold; to subdue; to retract; keep in control; to recant; to keep back; to pulverize; to take back; to rub fine; to crush; to pulverise
    • suppress verb (suppresss, suppressed, suppressing)
    • revoke verb (revokes, revoked, revoking)
    • withhold verb (withholds, withheld, withholding)
    • subdue verb (subdues, subdued, subdueing)
    • retract verb (retracts, retracted, retracting)
    • recant verb (recants, recanted, recanting)
    • keep back verb (keeps back, kept back, keeping back)
    • pulverize verb, American (pulverizes, pulverized, pulverizing)
    • take back verb (takes back, took back, taking back)
    • rub fine verb (rubs fine, rubbed fine, rubbing fine)
    • crush verb (crushes, crushed, crushing)
    • pulverise verb, British
  2. onderdrukken (de kop indrukken)
    to suppress
    • suppress verb (suppresss, suppressed, suppressing)

Conjugations for onderdrukken:

o.t.t.
  1. onderdruk
  2. onderdrukt
  3. onderdrukt
  4. onderdrukken
  5. onderdrukken
  6. onderdrukken
o.v.t.
  1. onderdrukte
  2. onderdrukte
  3. onderdrukte
  4. onderdrukten
  5. onderdrukten
  6. onderdrukten
v.t.t.
  1. heb onderdrukt
  2. hebt onderdrukt
  3. heeft onderdrukt
  4. hebben onderdrukt
  5. hebben onderdrukt
  6. hebben onderdrukt
v.v.t.
  1. had onderdrukt
  2. had onderdrukt
  3. had onderdrukt
  4. hadden onderdrukt
  5. hadden onderdrukt
  6. hadden onderdrukt
o.t.t.t.
  1. zal onderdrukken
  2. zult onderdrukken
  3. zal onderdrukken
  4. zullen onderdrukken
  5. zullen onderdrukken
  6. zullen onderdrukken
o.v.t.t.
  1. zou onderdrukken
  2. zou onderdrukken
  3. zou onderdrukken
  4. zouden onderdrukken
  5. zouden onderdrukken
  6. zouden onderdrukken
en verder
  1. ben onderdrukt
  2. bent onderdrukt
  3. is onderdrukt
  4. zijn onderdrukt
  5. zijn onderdrukt
  6. zijn onderdrukt
diversen
  1. onderdruk!
  2. onderdrukt!
  3. onderdrukt
  4. onderdrukkend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for onderdrukken:

NounRelated TranslationsOther Translations
revoke veronachtzaming; verwaarlozing
VerbRelated TranslationsOther Translations
crush bedwingen; beteugelen; in bedwang houden; onderdrukken; terughouden fijn drukken; fijndrukken; fijnmaken; kapotdrukken; leegknijpen; persen; platdrukken; platmaken; pletten; uitpersen; verbrijzelen; vergruizen; vermorzelen; verpletteren; vijzelen
keep back bedwingen; beteugelen; in bedwang houden; onderdrukken; terughouden bedaren; bedwingen; beheersen; beteugelen; inhouden; inslikken; intomen; matigen; rustig blijven
keep in control bedwingen; beteugelen; in bedwang houden; onderdrukken; terughouden
pulverise bedwingen; beteugelen; in bedwang houden; onderdrukken; terughouden fijn drukken; fijnmaken; kapotdrukken; platdrukken; verbrijzelen; vergruizen; vermorzelen; verpletteren
pulverize bedwingen; beteugelen; in bedwang houden; onderdrukken; terughouden fijn drukken; fijnmaken; kapotdrukken; platdrukken; verbrijzelen; vergruizen; vermorzelen; verpletteren
recant bedwingen; beteugelen; in bedwang houden; onderdrukken; terughouden herroepen; intrekken; terugkomen op; terugnemen; zijn woorden terugnemen
retract bedwingen; beteugelen; in bedwang houden; onderdrukken; terughouden
revoke bedwingen; beteugelen; in bedwang houden; onderdrukken; terughouden herroepen; intrekken; terugkomen op; terugnemen; terugroepen; zijn woorden terugnemen
rub fine bedwingen; beteugelen; in bedwang houden; onderdrukken; terughouden fijnmaken; platdrukken; verbrijzelen; vergruizen; vermorzelen; verpletteren
subdue bedwingen; beteugelen; in bedwang houden; onderdrukken; terughouden bedaren; bedwingen; beheersen; beteugelen; intomen; matigen; temmen
suppress bedwingen; beteugelen; de kop indrukken; in bedwang houden; onderdrukken; terughouden achterhouden; bedwingen; bemantelen; beteugelen; in bedwang houden; verbergen; verduisteren; verheimelijken; verhullen; versluieren; verstoppen
take back bedwingen; beteugelen; in bedwang houden; onderdrukken; terughouden
withhold bedwingen; beteugelen; in bedwang houden; onderdrukken; terughouden beheersen; inhouden; inslikken; rustig blijven

Wiktionary Translations for onderdrukken:

onderdrukken
verb
  1. keep down by force
  2. to defeat forcibly
  3. to repress, keep in or hold back
  4. to stifle or suppress an action
  5. to hold in place, to keep low

Cross Translation:
FromToVia
onderdrukken oppress unterdrücken — jemanden daran hindern frei zu entscheiden und sich frei zu entfalten (oft mit Gewalt)
onderdrukken suffocate; choke; quell; suppress; stifle suffoquerétouffer, faire perdre la respiration ou rendre la respiration difficile; il se dit ordinairement du manque de respiration qui arriver par quelque cause intérieure ou par l’effet de quelque vapeur nuisible.
onderdrukken smother; suffocate; choke; quell; stifle; dampen; suppress étouffer — Faire mourir en arrêter la respiration.