Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. binnenhouden:


Dutch

Detailed Translations for binnenhouden from Dutch to English

binnenhouden:

binnenhouden verb (houd binnen, houdt binnen, hield binnen, hielden binnen, binnengehouden)

  1. binnenhouden
    to keep in; to keep inside
    • keep in verb (keeps in, kept in, keeping in)
    • keep inside verb (keeps inside, kept inside, keeping inside)

Conjugations for binnenhouden:

o.t.t.
  1. houd binnen
  2. houdt binnen
  3. houdt binnen
  4. houden binnen
  5. houden binnen
  6. houden binnen
o.v.t.
  1. hield binnen
  2. hield binnen
  3. hield binnen
  4. hielden binnen
  5. hielden binnen
  6. hielden binnen
v.t.t.
  1. heb binnengehouden
  2. hebt binnengehouden
  3. heeft binnengehouden
  4. hebben binnengehouden
  5. hebben binnengehouden
  6. hebben binnengehouden
v.v.t.
  1. had binnengehouden
  2. had binnengehouden
  3. had binnengehouden
  4. hadden binnengehouden
  5. hadden binnengehouden
  6. hadden binnengehouden
o.t.t.t.
  1. zal binnenhouden
  2. zult binnenhouden
  3. zal binnenhouden
  4. zullen binnenhouden
  5. zullen binnenhouden
  6. zullen binnenhouden
o.v.t.t.
  1. zou binnenhouden
  2. zou binnenhouden
  3. zou binnenhouden
  4. zouden binnenhouden
  5. zouden binnenhouden
  6. zouden binnenhouden
en verder
  1. ben binnengehouden
  2. bent binnengehouden
  3. is binnengehouden
  4. zijn binnengehouden
  5. zijn binnengehouden
  6. zijn binnengehouden
diversen
  1. houd binnen!
  2. houdt binnen!
  3. binnengehouden
  4. binnenhoudend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for binnenhouden:

VerbRelated TranslationsOther Translations
keep in binnenhouden
keep inside binnenhouden

External Machine Translations: