Dutch

Detailed Translations for aftreden from Dutch to English

aftreden:

aftreden verb (treed af, treedt af, trad af, traden af, afgetreden)

  1. aftreden (terugtrekken; uittreden)
    to withdraw; to retrieve; to resign; to resign from; to retire; to pull back; to abdicate; to secede from; to fetch back
    • withdraw verb (withdraws, withdrew, withdrawing)
    • retrieve verb (retrieves, retrieved, retrieving)
    • resign verb (resigns, resigned, resigning)
    • resign from verb (resigns from, resigned from, resigning from)
    • retire verb (retires, retired, retiring)
    • pull back verb (pulls back, pulled back, pulling back)
    • abdicate verb (abdicates, abdicated, abdicating)
    • secede from verb (secedes from, seceded from, seceding from)
    • fetch back verb (fetches back, fetched back, fetching back)

Conjugations for aftreden:

o.t.t.
  1. treed af
  2. treedt af
  3. treedt af
  4. treden af
  5. treden af
  6. treden af
o.v.t.
  1. trad af
  2. trad af
  3. trad af
  4. traden af
  5. traden af
  6. traden af
v.t.t.
  1. ben afgetreden
  2. bent afgetreden
  3. is afgetreden
  4. zijn afgetreden
  5. zijn afgetreden
  6. zijn afgetreden
v.v.t.
  1. was afgetreden
  2. was afgetreden
  3. was afgetreden
  4. waren afgetreden
  5. waren afgetreden
  6. waren afgetreden
o.t.t.t.
  1. zal aftreden
  2. zult aftreden
  3. zal aftreden
  4. zullen aftreden
  5. zullen aftreden
  6. zullen aftreden
o.v.t.t.
  1. zou aftreden
  2. zou aftreden
  3. zou aftreden
  4. zouden aftreden
  5. zouden aftreden
  6. zouden aftreden
diversen
  1. treed af!
  2. treedt af!
  3. afgetreden
  4. aftredende
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

aftreden [znw.] noun

  1. aftreden
    the resigning; the retiring

Translation Matrix for aftreden:

NounRelated TranslationsOther Translations
resigning aftreden
retire uittreding
retiring aftreden
VerbRelated TranslationsOther Translations
abdicate aftreden; terugtrekken; uittreden
fetch back aftreden; terugtrekken; uittreden
pull back aftreden; terugtrekken; uittreden op de achtergrond treden; terugtreden; terugtrekken
resign aftreden; terugtrekken; uittreden afspraak afzeggen; ontslag nemen; uittreden; zich terugtrekken
resign from aftreden; terugtrekken; uittreden
retire aftreden; terugtrekken; uittreden heengaan; ontslag nemen; pensioneren; terugtrekken; uittreden; verlaten; vertrekken; zich terugtrekken
retrieve aftreden; terugtrekken; uittreden herwinnen; ophalen; terugwinnen
secede from aftreden; terugtrekken; uittreden heengaan; verlaten; vertrekken
withdraw aftreden; terugtrekken; uittreden achteruitdeinzen; achteruitgaan; heengaan; ontslag nemen; op de achtergrond treden; terugdeinzen; terugschrikken; terugtreden; terugtrekken; terugwijken; uittreden; verlaten; vertrekken; zich terugtrekken
ModifierRelated TranslationsOther Translations
resigning aftredend

Wiktionary Translations for aftreden:

aftreden
verb
  1. give up
  2. renounce a throne

Cross Translation:
FromToVia
aftreden abdicate; submit; drop; cede; yield; give way; grant; accommodate; assign; resign abdiquerrenoncer à un pouvoir que l’on exercer ; se démettre de ses fonctions.

External Machine Translations: