Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. afsluitende woorden:


Dutch

Detailed Translations for afsluitende woorden from Dutch to English

afsluitende woorden:

afsluitende woorden [znw.] noun

  1. afsluitende woorden (slotwoorden)
    the afterwords; the epilogues; the closing words; the concluding words

Translation Matrix for afsluitende woorden:

NounRelated TranslationsOther Translations
afterwords afsluitende woorden; slotwoorden
closing words afsluitende woorden; slotwoorden
concluding words afsluitende woorden; slotwoorden
epilogues afsluitende woorden; slotwoorden

Related Translations for afsluitende woorden