Dutch

Detailed Translations for ontslaan van een verplichting from Dutch to German

ontslaan van een verplichting:

ontslaan van een verplichting verb

  1. ontslaan van een verplichting (ontlasten; vrijstellen; ontheffen)
    entlassen; freistellen; entheben; entbinden; erlassen; suspendieren; freisprechen; jemanden von einer Verpflichtung entbinden
    • entlassen verb (entlasse, entläßt, entließ, entließt, entlassen)
    • freistellen verb (stelle frei, stellst frei, stellt frei, stellte frei, stelltet frei, freigestellt)
    • entheben verb (enthebe, enthebst, enthebt, enthobe, enthobet, enthoben)
    • entbinden verb (entbinde, entbindest, entband, entbandet, entbunden)
    • erlassen verb (erlasse, erläßt, erließ, erließt, erlassen)
    • suspendieren verb (suspendiere, suspendierst, suspendiert, suspendierte, suspendiertet, suspensiert)
    • freisprechen verb (spreche frei, sprichst frei, spricht frei, sprach frei, spracht frei, freigesprochen)

Translation Matrix for ontslaan van een verplichting:

VerbRelated TranslationsOther Translations
entbinden ontheffen; ontlasten; ontslaan van een verplichting; vrijstellen afbreken; banen; baren; bevallen; bevrijden; bevrijden van belegeraars; beëindigen; emanciperen; forceren; laten; laten gaan; laten lopen; niet vasthouden; ontbinden; ontzetten; opheffen; permitteren; stukmaken; ter wereld brengen; toelaten; verbreken; verbrijzelen; verlossen; voortbrengen; vrijaf geven; vrijgeven; vrijmaken; vrijvechten
entheben ontheffen; ontlasten; ontslaan van een verplichting; vrijstellen aan de dijk zetten; afdanken; afdekken; afruimen; afvloeien; bevrijden van belegeraars; congé geven; eruit gooien; ontzetten; opruimen; uit de macht ontzetten; van zijn positie verdrijven; verlossen
entlassen ontheffen; ontlasten; ontslaan van een verplichting; vrijstellen aan de dijk zetten; afdanken; afvloeien; afzwaaien; amnestie verlenen; banen; bevrijden; congé geven; demobiliseren; dwingen ontslag te nemen; emanciperen; eruit gooien; in vrijheid stellen; invrijheidstellen; laten gaan; laten lopen; loslaten; losmaken; niet vasthouden; ontheffen; ontslaan; uitsturen; van de boeien ontdoen; van zijn positie verdrijven; verlossen; verzenden; vrijaf geven; vrijgeven; vrijlaten; vrijmaken; vrijvechten; wegsturen; wegzenden
erlassen ontheffen; ontlasten; ontslaan van een verplichting; vrijstellen bevelen; commanderen; decreteren; gebieden; gelasten; kwijtschelden; opdragen; verordenen
freisprechen ontheffen; ontlasten; ontslaan van een verplichting; vrijstellen dechargeren; onschuldig verklaren; vrijpleiten; vrijspreken; zuiveren
freistellen ontheffen; ontlasten; ontslaan van een verplichting; vrijstellen
jemanden von einer Verpflichtung entbinden ontheffen; ontlasten; ontslaan van een verplichting; vrijstellen
suspendieren ontheffen; ontlasten; ontslaan van een verplichting; vrijstellen aan de dijk zetten; afdanken; afvloeien; congé geven; eruit gooien; ontheffen; ontslaan; schorsen; suspenderen; uitsturen; van zijn positie verdrijven; verzenden; wegsturen; wegzenden
ModifierRelated TranslationsOther Translations
entlassen afgedankt

External Machine Translations:

Related Translations for ontslaan van een verplichting