Spanish

Detailed Translations for tientes from Spanish to Dutch

tientes:

tientes [el ~] noun

  1. el tientes (colorcitos)
    de tinten; kleurtjes

Translation Matrix for tientes:

NounRelated TranslationsOther Translations
kleurtjes colorcitos; tientes
tinten colorcitos; tientes
VerbRelated TranslationsOther Translations
tinten colorear; teñir

tentar:

tentar verb

  1. tentar (anudar)
    verleiden; lokken; aanlokken; weglokken; meelokken; voortlokken; verlokken
    • verleiden verb (verleid, verleidt, verleidde, verleidden, verleid)
    • lokken verb (lok, lokt, lokte, lokten, gelokt)
    • aanlokken verb (lok aan, lokt aan, lokte aan, lokten aan, aangelokt)
    • weglokken verb (lok weg, lokt weg, lokte weg, lokten weg, weggelokt)
    • meelokken verb (lok mee, lokt mee, lokte mee, lokten mee, meegelokt)
    • voortlokken verb (lok voort, lokt voort, lokte voort, lokten voort, voortgelokt)
    • verlokken verb (verlok, verlokt, verlokte, verlokten, verlokt)
  2. tentar (intentar; testar; poner a prueba; )
    proberen; uitproberen; beproeven
    • proberen verb (probeer, probeert, probeerde, probeerden, geprobeerd)
    • uitproberen verb (probeer uit, probeert uit, probeerde uit, probeerden uit, uitgeprobeerd)
    • beproeven verb (beproef, beproeft, beproefde, beproefden, beproefd)
  3. tentar (seducir; encantar)
    verleiden; gunst winnen
  4. tentar
    in verzoeking brengen
    • in verzoeking brengen verb (breng in verzoeking, brengt in verzoeking, bracht in verzoeking, brachten in verzoeking, in verzoeking gebracht)
  5. tentar (explorar)
    aftasten; afvoelen
    • aftasten verb (tast af, tastte af, tastten af, afgetast)
    • afvoelen verb (voel af, voelt af, voelde af, voelden af, afgevoeld)

Conjugations for tentar:

presente
  1. tiento
  2. tientas
  3. tienta
  4. tentamos
  5. tentáis
  6. tientan
imperfecto
  1. tentaba
  2. tentabas
  3. tentaba
  4. tentábamos
  5. tentabais
  6. tentaban
indefinido
  1. tenté
  2. tentaste
  3. tentó
  4. tentamos
  5. tentasteis
  6. tentaron
fut. de ind.
  1. tentaré
  2. tentarás
  3. tentará
  4. tentaremos
  5. tentaréis
  6. tentarán
condic.
  1. tentaría
  2. tentarías
  3. tentaría
  4. tentaríamos
  5. tentaríais
  6. tentarían
pres. de subj.
  1. que tiente
  2. que tientes
  3. que tiente
  4. que tentemos
  5. que tentéis
  6. que tienten
imp. de subj.
  1. que tentara
  2. que tentaras
  3. que tentara
  4. que tentáramos
  5. que tentarais
  6. que tentaran
miscelánea
  1. ¡tienta!
  2. ¡tentad!
  3. ¡no tientes!
  4. ¡no tentéis!
  5. tentado
  6. tentando
1. yo, 2. tú, 3. él/ella/usted, 4. nosotros/nosotras, 5. vosotros/vosotras, 6. ellos/ellas/ustedes

tentar [el ~] noun

  1. el tentar (atraer; seducir)
    verleiden; het lokken

Translation Matrix for tentar:

NounRelated TranslationsOther Translations
aftasten palpar
afvoelen palpar
lokken atraer; seducir; tentar
proberen tratar
verleiden atraer; seducir; tentar
VerbRelated TranslationsOther Translations
aanlokken anudar; tentar
aftasten explorar; tentar examinar; explorar; investigar; reconocer
afvoelen explorar; tentar
beproeven examinar; intentar; poner a prueba; rogar; solicitar; someter a prueba; tentar; testar aquilatar; buscar; catar; comprobar; controlar; corregir; ensayar; examinar; inspeccionar; mirar; pasar revista a; probar; repasar; someter a prueba; verificar
gunst winnen encantar; seducir; tentar
in verzoeking brengen tentar
lokken anudar; tentar atraer; seducir
meelokken anudar; tentar
proberen examinar; intentar; poner a prueba; rogar; solicitar; someter a prueba; tentar; testar intentar; probar; probarse; probarse una prenda de vestir; tratar
uitproberen examinar; intentar; poner a prueba; rogar; solicitar; someter a prueba; tentar; testar probar; testar
verleiden anudar; encantar; seducir; tentar
verlokken anudar; tentar
voortlokken anudar; tentar
weglokken anudar; tentar
OtherRelated TranslationsOther Translations
verlokken hacer la corta

Synonyms for "tentar":


Wiktionary Translations for tentar:

tentar
verb
  1. tot kwaad brengen

Cross Translation:
FromToVia
tentar aantrekken entice — To lure; to attract by arousing desire or hope.
tentar verleiden tempt — to provoke someone to do wrong
tentar bekoren; verleiden; verlokken; verzoeken tenteressayer, éprouver, mettre en usage quelque moyen pour faire réussir quelque chose.