Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. tip:
  2. tippen:
  3. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for tip from Dutch to Swedish

tip:

tip [de ~ (m)] noun

  1. de tip (aanwijzing; vingerwijzing; vingerwenk; wenk)
    hint; ledtråd; tips

Translation Matrix for tip:

NounRelated TranslationsOther Translations
hint aanwijzing; tip; vingerwenk; vingerwijzing; wenk
ledtråd aanwijzing; tip; vingerwenk; vingerwijzing; wenk aanwijzing; adresboek; adresgids; spoor
tips aanwijzing; tip; vingerwenk; vingerwijzing; wenk aanwijzing; spoor; wijzer

Related Words for "tip":


Wiktionary Translations for tip:


Cross Translation:
FromToVia
tip tips tip — piece of private information
tip ände; ända; slut boutpartie extrême d’une chose.

tip form of tippen:

tippen verb (tip, tipt, tipte, tipten, getipt)

  1. tippen (van iets in kennis stellen; informeren; op de hoogte brengen; )
    upplysa; informera; göra känt
    • upplysa verb (upplysar, upplysade, upplysat)
    • informera verb (informerar, informerade, informerat)
    • göra känt verb (gör känt, gjorde känt, gjort känt)
  2. tippen (aanstippen; aantippen)
    ticka; knäcka
    • ticka verb (tickar, tickade, tickat)
    • knäcka verb (knäcker, knäckte, knäckt)

Conjugations for tippen:

o.t.t.
  1. tip
  2. tipt
  3. tipt
  4. tippen
  5. tippen
  6. tippen
o.v.t.
  1. tipte
  2. tipte
  3. tipte
  4. tipten
  5. tipten
  6. tipten
v.t.t.
  1. heb getipt
  2. hebt getipt
  3. heeft getipt
  4. hebben getipt
  5. hebben getipt
  6. hebben getipt
v.v.t.
  1. had getipt
  2. had getipt
  3. had getipt
  4. hadden getipt
  5. hadden getipt
  6. hadden getipt
o.t.t.t.
  1. zal tippen
  2. zult tippen
  3. zal tippen
  4. zullen tippen
  5. zullen tippen
  6. zullen tippen
o.v.t.t.
  1. zou tippen
  2. zou tippen
  3. zou tippen
  4. zouden tippen
  5. zouden tippen
  6. zouden tippen
en verder
  1. ben getipt
  2. bent getipt
  3. is getipt
  4. zijn getipt
  5. zijn getipt
  6. zijn getipt
diversen
  1. tip!
  2. tipt!
  3. getipt
  4. tippend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for tippen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
göra känt informeren; inlichten; op de hoogte brengen; tippen; van iets in kennis stellen; verwittigen; waarschuwen bewust maken; informeren; kennisgeven van; zeggen
informera informeren; inlichten; op de hoogte brengen; tippen; van iets in kennis stellen; verwittigen; waarschuwen berichten; bewust maken; iets melden; informeren; kennisgeven van; meedelen; melden; rapporteren; verslag uitbrengen; zeggen
knäcka aanstippen; aantippen; tippen
ticka aanstippen; aantippen; tippen
upplysa informeren; inlichten; op de hoogte brengen; tippen; van iets in kennis stellen; verwittigen; waarschuwen bijlichten; bliksemen; illumineren; lichten; opklaren; weerlichten; wolken verdwijnen

Related Words for "tippen":


External Machine Translations: