Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. individueel:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for individueel from Dutch to French

individueel:

individueel adj

  1. individueel

Translation Matrix for individueel:

ModifierRelated TranslationsOther Translations
individuel individueel afzonderlijk; alleenstaand; apart; eenmans; eenpersoons; gescheiden; losstaand; op zich; op zichzelf staand; separaat; vrijstaand
particulier individueel afzonderlijk; apart; bijzonder; bizar; bovenmatig; buitengemeen; buitengewoon; buitenissig; buitensporig; curieus; eigenaardig; excentriek; excessief; exclusief; extravagant; extreem; frappant; gescheiden; heel erg; hogelijk; in het oog lopend; in het oog springend; karakteristiek; kenmerkend; los van elkaar; mateloos; merkwaardig; ongewoon; opmerkelijk; opmerkenswaardig; opvallend; saillant; separaat; speciaal; specifiek; tekenend; ten zeerste; tomeloos; treffend; typerend; typisch; uitermate; uiterst; uitzonderlijk; vreemd; zeer; zeldzaam; zonderling

Related Words for "individueel":

  • individuele

Antonyms for "individueel":


Related Definitions for "individueel":

  1. los van andere mensen1
    • hier krijgt elke leerling individueel les1

Wiktionary Translations for individueel:

individueel
adjective
  1. afzonderlijk, op zichzelf

Cross Translation:
FromToVia
individueel individuel individual — relating to a single person or thing