Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. normaalgesproken:
  2. normaal gesproken:
  3. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for normaal gesproken from Dutch to Spanish

normaalgesproken:

normaalgesproken adj

  1. normaalgesproken

Translation Matrix for normaalgesproken:

ModifierRelated TranslationsOther Translations
normalmente normaalgesproken alledaags; courant; doodgewoon; doorgaans; eenvoudig; gangbaar; gebruikelijk; gemeen; gemeenlijk; gewend; gewoon; gewoonlijk; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; meestal; niets bijzonders; normaal; normaal gesproken; onedel; ordinair

normaal gesproken:

normaal gesproken adj

  1. normaal gesproken

Translation Matrix for normaal gesproken:

ModifierRelated TranslationsOther Translations
normalmente normaal gesproken alledaags; courant; doodgewoon; doorgaans; eenvoudig; gangbaar; gebruikelijk; gemeen; gemeenlijk; gewend; gewoon; gewoonlijk; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; meestal; niets bijzonders; normaal; normaalgesproken; onedel; ordinair

Wiktionary Translations for normaal gesproken:


Cross Translation:
FromToVia
normaal gesproken de costumbre; normalmente normally — under normal conditions or circumstances; usually; most of the time

External Machine Translations:

Related Translations for normaal gesproken