Dutch

Detailed Translations for overgaan from Dutch to English

overgaan:

overgaan verb (ga over, gaat over, ging over, gingen over, overgegaan)

  1. overgaan
    to move over
    • move over verb (moves over, moved over, moving over)
  2. overgaan (bellen)
    to ring
    – To create a sound, vibration, visual cue, or any other indication that the user has an incoming call. 1
    • ring verb (rings, rang, ringing)

Conjugations for overgaan:

o.t.t.
  1. ga over
  2. gaat over
  3. gaat over
  4. gaan over
  5. gaan over
  6. gaan over
o.v.t.
  1. ging over
  2. ging over
  3. ging over
  4. gingen over
  5. gingen over
  6. gingen over
v.t.t.
  1. ben overgegaan
  2. bent overgegaan
  3. is overgegaan
  4. zijn overgegaan
  5. zijn overgegaan
  6. zijn overgegaan
v.v.t.
  1. was overgegaan
  2. was overgegaan
  3. was overgegaan
  4. waren overgegaan
  5. waren overgegaan
  6. waren overgegaan
o.t.t.t.
  1. zal overgaan
  2. zult overgaan
  3. zal overgaan
  4. zullen overgaan
  5. zullen overgaan
  6. zullen overgaan
o.v.t.t.
  1. zou overgaan
  2. zou overgaan
  3. zou overgaan
  4. zouden overgaan
  5. zouden overgaan
  6. zouden overgaan
diversen
  1. ga over!
  2. gaat over!
  3. overgegaan
  4. overgaand
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

overgaan

  1. overgaan
    the ring
    – A sound, vibration, visual clue, or any other indication that a call is coming in. 1

Translation Matrix for overgaan:

NounRelated TranslationsOther Translations
ring overgaan aaneenschakeling; belletje; cirkel; cirkelvorm; keten; ketting; kring; kringel; kringvormig; piste; ring; rondje; snoer; soort sieraad; telefonisch bericht; telefoontje; wielerbaan
VerbRelated TranslationsOther Translations
move over overgaan opschuiven; plaats maken; verplaatsen; verzetten
ring bellen; overgaan aanbellen; beieren; bellen; bonzen; door de telefoon praten; iemand opbellen; kringen vormen; luiden; opbellen; telefoneren; telefoontje plegen
- verdwijnen

Synonyms for "overgaan":


Antonyms for "overgaan":


Related Definitions for "overgaan":

  1. naar de andere kant gaan2
    • we gaan de grens over2
  2. naar een hogere klas gaan2
    • ga je over in juli?2
  3. rinkelen2
    • de telefoon gaat drie keer over2
  4. van de ene toestand in de andere veranderen2
    • langzaam gaat het water over in ijs2
  5. iets anders gaan gebruiken2
    • we gaan over op aardgas2
  6. voorbij gaan2
    • die pijn gaat wel weer over2

Wiktionary Translations for overgaan:

overgaan
verb
  1. van de ene toestand in de andere veranderen
  2. veranderen in
  3. van eigenaar veranderen
  4. minder worden en uiteindelijk weggaan
  5. eroverheen gaan
  6. een belsignaal laten klinken
overgaan
verb
  1. blend gradually into something else
  2. change from one state to another
  3. intransitive: become

Cross Translation:
FromToVia
overgaan advance; progress; precede avancerpousser en avant, porter en avant.
overgaan give a ring; ring the bell; toll; peal; ring; clang; sound; strike; resound sonnerrendre un son.
overgaan defeat; win over; beat; overcome; overthrow; surmount; vanquish; go beyond; cross; exceed; surpass; excel; outclass; outscore; outshine surmontermonter au-dessus.
overgaan buzz; jingle; tinkle; chime; clank; clink; peal; ring; clang; sound; toll tinterfaire sonner lentement une cloche, en sorte que le battant ne frapper que d’un côté.

External Machine Translations:

Related Translations for overgaan