Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. naast elkaar plaatsen:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for naast elkaar plaatsen from Dutch to English

naast elkaar plaatsen:

naast elkaar plaatsen verb (plaats naast elkaar, plaatst naast elkaar, plaatste naast elkaar, plaatsten naast elkaar, naast elkaar geplaatst)

  1. naast elkaar plaatsen (bijeen plaatsen; samenplaatsen)
    place together; to put together; place next to each other

Conjugations for naast elkaar plaatsen:

o.t.t.
  1. plaats naast elkaar
  2. plaatst naast elkaar
  3. plaatst naast elkaar
  4. plaatsen naast elkaar
  5. plaatsen naast elkaar
  6. plaatsen naast elkaar
o.v.t.
  1. plaatste naast elkaar
  2. plaatste naast elkaar
  3. plaatste naast elkaar
  4. plaatsten naast elkaar
  5. plaatsten naast elkaar
  6. plaatsten naast elkaar
v.t.t.
  1. heb naast elkaar geplaatst
  2. hebt naast elkaar geplaatst
  3. heeft naast elkaar geplaatst
  4. hebben naast elkaar geplaatst
  5. hebben naast elkaar geplaatst
  6. hebben naast elkaar geplaatst
v.v.t.
  1. had naast elkaar geplaatst
  2. had naast elkaar geplaatst
  3. had naast elkaar geplaatst
  4. hadden naast elkaar geplaatst
  5. hadden naast elkaar geplaatst
  6. hadden naast elkaar geplaatst
o.t.t.t.
  1. zal naast elkaar plaatsen
  2. zult naast elkaar plaatsen
  3. zal naast elkaar plaatsen
  4. zullen naast elkaar plaatsen
  5. zullen naast elkaar plaatsen
  6. zullen naast elkaar plaatsen
o.v.t.t.
  1. zou naast elkaar plaatsen
  2. zou naast elkaar plaatsen
  3. zou naast elkaar plaatsen
  4. zouden naast elkaar plaatsen
  5. zouden naast elkaar plaatsen
  6. zouden naast elkaar plaatsen
diversen
  1. plaats naast elkaar!
  2. plaatst naast elkaar!
  3. naast elkaar geplaatst
  4. naast elkaar plaatsend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for naast elkaar plaatsen:

NounRelated TranslationsOther Translations
put together samendoen
VerbRelated TranslationsOther Translations
place together bijeen plaatsen; naast elkaar plaatsen; samenplaatsen
put together bijeen plaatsen; naast elkaar plaatsen; samenplaatsen bijeen zetten; formeren; in elkaar timmeren; ineentimmeren; samenschikken; timmerend in elkaar zetten
OtherRelated TranslationsOther Translations
place next to each other bijeen plaatsen; naast elkaar plaatsen; samenplaatsen

Wiktionary Translations for naast elkaar plaatsen:


Cross Translation:
FromToVia
naast elkaar plaatsen juxtapose juxtaposer — Mettre côte à côte

External Machine Translations:

Related Translations for naast elkaar plaatsen