Dutch

Detailed Translations for boeiend from Dutch to English

boeiend:


Translation Matrix for boeiend:

NounRelated TranslationsOther Translations
touching aanraken; aftikken; raken; treffen
AdjectiveRelated TranslationsOther Translations
captivating boeiend; fascinerend; integrerend
enchanting boeiend; fascinerend; integrerend aanbiddelijk; aanlokkelijk; aantrekkelijk; allerliefst; attractief; begeerenswaardig; beheksend; bekoorlijk; betoverend; bevallig; charmant; dottig; enig; intrigerend; knap; lief; magisch; mooi; schattig; snoezig; toverachtig; uitlokkend; uitnodigend; verlokkend; verrukkelijk; vertederend; verzoekend
exciting aangrijpend; boeiend; pakkend geil; heet; hitsig; opgewonden; opwindend; pikant; seksueel opgewonden; sexy; spannende; zinderende
fascinating aangrijpend; boeiend; fascinerend; integrerend; pakkend boeiende; fascinerende; meeslepend; zeer boeiend
intriguing boeiend; fascinerend; integrerend intrigerend
moving aangrijpend; adembenemend; boeiend; meeslepend; opwindend; pakkend; sensationeel; spannend; zinderend aangrijpend; bezielend; emotioneel; hartroerend; hartveroverend; inspirerend; ontroerend; roerend
sensational adembenemend; boeiend; meeslepend; opwindend; pakkend; sensationeel; spannend; zinderend aandachttrekkend; geruchtmakend; opzienbarend
stirring aangrijpend; adembenemend; boeiend; meeslepend; opwindend; pakkend; sensationeel; spannend; zinderend aangrijpend; bezielend; emotioneel; hartroerend; hartveroverend; inspirerend; ontroerend; roerend
stunning adembenemend; boeiend; meeslepend; opwindend; pakkend; sensationeel; spannend; zinderend aandachttrekkend; beeldschoon; geruchtmakend; opzienbarend
thrilling aangrijpend; adembenemend; boeiend; meeslepend; opwindend; pakkend; sensationeel; spannend; zinderend aangrijpend; emotioneel; hartroerend; hartveroverend; ontroerend; roerend; spannende; zinderende
touching aangrijpend; adembenemend; boeiend; meeslepend; opwindend; pakkend; sensationeel; spannend; zinderend aandoenlijk; aandoenlijke; aangrijpend; emotioneel; hartroerend; hartveroverend; ontroerend; roerend

Related Words for "boeiend":

  • boeiender, boeiendere, boeiendst, boeiendste

Synonyms for "boeiend":


Antonyms for "boeiend":


Related Definitions for "boeiend":

  1. wat je aandacht in beslag neemt1
    • ik vind dat boek erg boeiend1

Wiktionary Translations for boeiend:

boeiend
adjective
  1. engrossing
interjection
  1. reply of indifference

Cross Translation:
FromToVia
boeiend interesting interessant — Interesse beanspruchend/weckend
boeiend thrilling; moving packendanhaltendes Interesse durch positive Emotionen erzeugend
boeiend thrilling; exciting spannend — ein (meist) angenehmes Gefühl des Grusels oder der gebannten Faszination erzeugend
boeiend absorbing; fascinating; exciting; hot; thrilling captivant — Qui captiver.
boeiend exciting; fascinating; absorbing; thrilling passionnant — Qui passionne, qui est propre à passionner.

boeien:

boeien verb (boei, boeit, boeide, boeiden, geboeid)

  1. boeien (fascineren; intrigeren)
    to fascinate; to intrigue; to captivate; to enchant; to enthral; to enthrall
    • fascinate verb (fascinates, fascinated, fascinating)
    • intrigue verb (intrigues, intrigued, intriguing)
    • captivate verb (captivates, captivated, captivating)
    • enchant verb (enchants, enchanted, enchanting)
    • enthral verb, British (enthrals, enthraled, enthraling)
    • enthrall verb, American
  2. boeien (ketenen; binden; kluisteren)
    to chain; to shackle; to enchain
    • chain verb (chains, chained, chaining)
    • shackle verb (shackles, shackled, shackling)
    • enchain verb (enchains, enchained, enchaining)
  3. boeien (aandacht vasthouden; gekluisterd zitten)
    to captivate; to enthral; keep one's attention on something; to enthrall

Conjugations for boeien:

o.t.t.
  1. boei
  2. boeit
  3. boeit
  4. boeien
  5. boeien
  6. boeien
o.v.t.
  1. boeide
  2. boeide
  3. boeide
  4. boeiden
  5. boeiden
  6. boeiden
v.t.t.
  1. heb geboeid
  2. hebt geboeid
  3. heeft geboeid
  4. hebben geboeid
  5. hebben geboeid
  6. hebben geboeid
v.v.t.
  1. had geboeid
  2. had geboeid
  3. had geboeid
  4. hadden geboeid
  5. hadden geboeid
  6. hadden geboeid
o.t.t.t.
  1. zal boeien
  2. zult boeien
  3. zal boeien
  4. zullen boeien
  5. zullen boeien
  6. zullen boeien
o.v.t.t.
  1. zou boeien
  2. zou boeien
  3. zou boeien
  4. zouden boeien
  5. zouden boeien
  6. zouden boeien
en verder
  1. ben geboeid
  2. bent geboeid
  3. is geboeid
  4. zijn geboeid
  5. zijn geboeid
  6. zijn geboeid
diversen
  1. boei!
  2. boeit!
  3. geboeid
  4. boeiend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

boeien [de ~] noun, plural

  1. de boeien (handboeien; handijzers)
    the handcuffs; the irons; the manacles; the fetter

Translation Matrix for boeien:

NounRelated TranslationsOther Translations
chain aaneengeschakelde ringen om iemand mee vast te binden; aaneenschakeling; boei; cyclus; grootwinkelbedrijf; halsketting; halssnoer; kabel; kabeltouw; keten; ketting; kettinkje; kluister; reeks; rij; samentrekking; samenvoeging; scheepskabel; scheepstouw; serie; snoer; winkelketen
fetter boeien; handboeien; handijzers aaneengeschakelde ringen om iemand mee vast te binden; boei; keten; ketting; kluister
handcuffs boeien; handboeien; handijzers handboei; handboeien; handijzers; ketenen; kluisters; knevels
intrigue gekonkel; intrige; konkelarij
irons boeien; handboeien; handijzers ketenen; kluisters; knevels
manacles boeien; handboeien; handijzers handboei; ketenen; kluisters; knevels
shackle aaneengeschakelde ringen om iemand mee vast te binden; boei; keten; ketting; kluister; voetboei
VerbRelated TranslationsOther Translations
captivate aandacht vasthouden; boeien; fascineren; gekluisterd zitten; intrigeren
chain binden; boeien; ketenen; kluisteren vastketenen; vastkluisteren; vastleggen
enchain binden; boeien; ketenen; kluisteren
enchant boeien; fascineren; intrigeren bekoren; bevallen; blij maken; in verrukking brengen; plezieren; verblijden; verheugd; verrukken
enthral aandacht vasthouden; boeien; fascineren; gekluisterd zitten; intrigeren
enthrall aandacht vasthouden; boeien; fascineren; gekluisterd zitten; intrigeren
fascinate boeien; fascineren; intrigeren bekoren; bevallen; blij maken; in verrukking brengen; plezieren; verblijden; verheugd; verrukken
fetter handboeien omdoen; in de boeien slaan; ketenen; vastketenen; vastkluisteren; vastleggen
intrigue boeien; fascineren; intrigeren
keep one's attention on something aandacht vasthouden; boeien; gekluisterd zitten
shackle binden; boeien; ketenen; kluisteren handboeien omdoen; in de boeien slaan; ketenen

Related Words for "boeien":


Wiktionary Translations for boeien:

boeien
verb
  1. kluisteren
  2. fascineren
boeien
verb
  1. to apply handcuffs
noun
  1. object used to bind a person or animal by its legs
plural
  1. paired wrist or ankle restraints

Cross Translation:
FromToVia
boeien fascinate faszinieren — fesselnde Wirkung haben
boeien chain fesseln — jemanden (an etwas) festbinden und damit bewegungsunfähig machen
boeien rivet; attract fesseln — jemanden stark beeindrucken, für sich einnehmen

External Machine Translations:

Related Translations for boeiend